In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Moge de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, vandaag in uw harten rusten.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, in de stille, bijna tastbare rust van deze ochtend, als een zacht licht door mijn gedachten gaat. Het is de herinnering aan Benjamin, zittend aan een tafel, geconcentreerd en met een glimlach op zijn gezicht, terwijl hij met zijn broer Ryan de wereld om zich heen observeert. Soms zien we hem met die heldere, onderzoekende blik, een jongen die op zijn vijftiende al bezig was met de architectuur van de hemel en de aarde – met de logica van wiskunde, de complexiteit van infrastructuur, en de droom van een eigen luchtvaartmaatschappij, 'con chim airlines'. Dat beeld van hem – niet als een jongen die slechts door het leven liep, maar als een jongen die de wereld wilde begrijpen, die wilde bouwen, die wilde verbinden – dat is het beeld dat we vandaag meedragen naar de heilige Schrift. Hij was een jongen die, zelfs in zijn korte leven, al wist dat het leven een reis is, en dat de bestemming altijd de liefde van de Vader is.
In de eerste lezing van vandaag horen we de apostel Paulus spreken over de gaven die ons zijn gegeven: 'aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus'. Paulus spreekt over de opbouw van het Lichaam van Christus, over het groeien naar de volwassenheid, naar de volle gestalte van Christus. Hij waarschuwt ons om niet langer als kinderen te zijn, 'heen en weer geslingerd door elke wind van leer'. Hij nodigt ons uit om 'in liefde de waarheid sprekend, in alles op te groeien naar Hem die het hoofd is, Christus'.
Voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, voelt de dood van Benjamin, nu vier maanden geleden, misschien als een wind die alles heeft doen wankelen. De leegte aan de tafel is een realiteit die niet in woorden te vangen is. Soms, in de stille uren van de nacht, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die zware steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last. U bent de ouders die hem de wereld hebben laten zien, en die liefde is in de eeuwigheid verankerd.
Kijk nu naar het Evangelie van vandaag. Jezus spreekt over de vijgenboom in de wijngaard. De eigenaar zoekt vrucht, maar vindt er geen. Hij wil de boom omhakken: 'Waarom zou hij de grond uitputten?' Maar de tuinman antwoordt: 'Heer, laat hem ook dit jaar nog staan, dan zal ik eromheen graven en mest toevoegen; misschien draagt hij dan in de toekomst vrucht.' Dit beeld van de tuinman is zo diep menselijk. Het is een beeld van geduld, van zorg, van het geloof dat er altijd een nieuwe kans is, een nieuwe groei mogelijk is, zelfs daar waar wij alleen dorheid zien.
Denk aan Benjamin. Denk aan zijn onbaatzuchtige hart. Denk aan dat moment waarop hij, vijftien jaar oud, aan zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden om zijn oom William te helpen, die zo zwaar te lijden had onder de gevolgen van twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; hij hoefde hem niet te legen, want de hulp was er al en het was niet nodig. Maar het ging om het aanbod zelf. Een jonge jongen, volkomen onzelfzuchtig, die bereid was om alles wat hij had in te leveren voor iemand van wie hij hield. Dat was geen berekende liefde; dat was de liefde van de Geest, pure genade die door een kinderziel stroomde. Dat is de 'vrucht' waar Jezus over spreekt: het is niet de perfectie van onze prestaties, maar de bereidheid van ons hart om alles te geven wat we hebben, uit liefde voor de ander. Benjamin droeg die vrucht al in zich. Hij was een boom die al vrucht droeg in de tuin van Gods liefde, lang voordat wij het konden begrijpen.
Soms voelen we ons als diegenen die Jezus waarschuwde, niet omdat we slecht zijn, maar omdat we zo vaak vastzitten in de lasten van het leven, in de regeltjes, in de 'hoe had ik dit kunnen voorkomen'-vragen die ons verlammen. We leggen onszelf lasten op die te zwaar zijn om te dragen. Maar Jezus kijkt naar u, en Hij ziet niet de lasten die u uzelf oplegt. Hij ziet de liefde die u hebt gegeven. Hij ziet de zorg waarmee u Benjamin hebt omringd, de reizen die u met hem hebt gemaakt, de momenten van vreugde die u hebt gedeeld. Hij nodigt u uit om die zware last van schuld neer te leggen bij de voet van zijn kruis. Hij wil u niet zien gebukt onder het gewicht van een verleden dat u niet kunt veranderen. Hij wil dat u ademt in de vrijheid van de Geest. Hij wil dat u de 'tuinman' in uw eigen hart toelaat, die de grond omspit en mest toevoegt, zodat er weer ruimte komt voor hoop.
Ryan, mijn jongen, jouw broer Benjamin is niet weg. De band tussen jullie is zo krachtig dat de dood er geen greep op heeft. Wanneer je in de toekomst naar de vliegtuigen kijkt, naar de vogels die de lucht in schieten, denk dan aan de droom van 'con chim airlines'. Hij vliegt mee, in het licht van God. Hij wil dat jij leeft, dat jij droomt, dat jij de wereld verkent met diezelfde nieuwsgierigheid die jullie samen deelden. Hij is jouw voorspreker bij de Heer. Hij is daar, in de eeuwigheid, waar de lampen altijd branden en waar de meester ons allen opwacht om ons te bedienen aan zijn tafel. Hij kijkt naar jou met diezelfde glimlach die hij altijd had, een glimlach die zegt: 'Het is goed, Ryan. Wees niet bang.'
Soms vragen mensen zich af: hoe moeten we verder leven als het gemist zo fel brandt? Het antwoord ligt in de eenvoud van de overgave. God vraagt niet van u dat u het onbegrijpelijke begrijpt; Hij vraagt of u zich wilt laten omarmen door zijn liefde. De liefde die u voor Ben hebt gedragen en nog steeds draagt, is het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft. Maria, onze Lieve Vrouw, stond aan de voet van het kruis. Zij wist wat het betekende om een Zoon af te staan. Zij kent de stilte van een lege kamer, de pijn van een moederhart. Vraag haar om u bij de hand te nemen. Zij brengt uw gebeden rechtstreeks naar het hart van haar Zoon. En weet dat er, in de stilte van uw gebed, een zachte stem is die zegt: 'Wees niet bang, Ik ben bij je.'
Wat mogen we vandaag meenemen als we straks de deuren van deze kerk uitstappen? Laat de schuld los. Laat de angst varen. Vraag om de Geest van liefde, en vertrouw erop dat God geen steen geeft als wij om brood vragen. Benjamin glimlacht naar jullie vanuit het licht, rustend in de vrede van Christus en onder de mantel van Onze Lieve Vrouw. Blijf ademhalen, blijf liefhebben, en weet dat de liefde nooit vergaat. De Heer herinnert zich zijn verbond voor eeuwig, en in dat verbond zijn jullie voor altijd verbonden met Benjamin. Blijf beminnen, blijf hopen, en weet dat de liefde nooit vergaat. De Heer heeft zijn heil bekendgemaakt, en in dat heil zijn wij allen, levenden en doden, voor altijd geborgen. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, en moge Hij zijn aangezicht over u doen lichten. Ga in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.