In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Moge de vrede van onze Heer Jezus Christus, die ons uitnodigt in de kring van Zijn liefde, met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, op deze dinsdag, in mijn hart opkomt. Het is niet groots of indrukwekkend. Het is het beeld van een drempel. U kent dat moment vast wel: je staat voor een deur, je wilt naar binnen, maar de menigte is te groot. Je kunt er niet bij. Je ziet de ander, je hoort de stem, maar er is een fysieke barrière, een afstand die je niet kunt overbruggen. In het Evangelie van vandaag lezen we dat de moeder van Jezus en zijn broeders buiten staan. Ze willen Hem zien, ze willen Hem spreken, maar de drukte van de wereld houdt hen op afstand. Het is een menselijk beeld, nietwaar? De frustratie van het willen bereiken van iemand van wie je houdt, maar het niet kunnen. De fysieke nabijheid die plotseling onbereikbaar lijkt.
Denk aan Benjamin. Onze lieve Ben. Hij was een jongen die altijd verbonden wilde zijn. Hij was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met een bijna wetenschappelijke precisie keek naar hoe dingen werkten – of het nu ging om de complexe architecturen van cloud-infrastructuur, de logica van wiskunde, of de aerodynamica van een Boeing 737. Hij had die prachtige, onderzoekende blik. Hij was de jongen die droomde van 'con chim airlines', die plannen maakte met de ernst en de vreugde van iemand die weet dat de wereld groter is dan wat we direct kunnen zien. Ben was niet alleen een denker; hij was een doener, een jongen die zijn hele wezen inzette voor wat hij liefhad. Maar als we nu terugkijken, drie maanden na zijn heengaan, dan zien we dat zijn leven niet gemeten kan worden in de lengte van de jaren, maar in de intensiteit van de liefde die hij uitstraalde. Hij was de jongen die zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William, een offer dat niet in geld te meten is, maar in de zuiverheid van zijn hart. Dat is de erfenis van Ben: een liefde die niet berekent, maar die zichzelf uitstort.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er nu anders uitziet. Het gemis van Ben is geen abstracte gedachte. Het is het lege stoeltje, het ontbreken van die 'Goedemorgen, pap' die elke dag zo trouw klonk. Het is een pijn die zich nestelt in de kleine dingen van de dag. Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. U hebt hem de wereld gegeven, u hebt met hem de grotto’s van Lourdes bezocht en de straten van de wereld verkend. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los, en laat u vallen in de armen van een God die zelf weet wat het is om een kind te verliezen. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen.
Kijk naar het Evangelie van vandaag. Jezus spreekt daar woorden die op het eerste gezicht streng kunnen lijken: 'Mijn moeder en mijn broeders zijn zij die het woord van God horen en het doen.' Maar luister goed naar wat Hij hier eigenlijk zegt. Hij verbreedt de cirkel. Hij zegt dat de band met Hem niet alleen gebaseerd is op bloed of nabijheid, maar op het luisteren naar het Woord en het handelen daarnaar. Hij nodigt ons uit in een familie die groter is dan de fysieke ruimte. Ben hoort nu bij die familie. Hij is opgenomen in de kring van degenen die het Woord van God in zijn volheid verstaan. Hij is niet 'buiten' gebleven, zoals de menigte in het verhaal. Hij is 'binnen', in de directe nabijheid van de Vader.
Jezus zegt dit niet om de familiebanden te verbreken, maar om te laten zien dat de liefde van God alle grenzen overstijgt. Hij wil dat u weet: Ben is niet verloren. Hij is bij Hem. En omdat Hij bij Jezus is, is Hij ook bij u. Die band die u met hem had, die is niet verbroken door de dood. Hij is getransformeerd. Hij is nu een deel van die grote wolk van getuigen die ons aanmoedigt om door te gaan. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen op de bank zaten, of aan die reizen waarin jullie samen de wereld verkenden. Die broederband is niet verbroken; die is sterker dan de dood. Jouw broer loopt met je mee. Hij wil dat jij leeft, dat je bouwt, dat je droomt met dezelfde moed die hij had. Hij kijkt naar je met een trotse glimlach vanuit het licht van God. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij je dromen najaagt. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwingheid zelf.
Denk aan de liefde die Ben in de wereld heeft achtergelaten. Die well in Cà Mau, die in zijn naam is geslagen, is meer dan alleen een bron van water. Het is een teken dat Bens leven blijft stromen. Hij was de jongen die zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William – een offer dat niet in geld te meten is, maar in de zuiverheid van zijn hart. Dat is de erfenis van Ben: een liefde die niet berekent, maar die zichzelf uitstort. Als u vandaag naar buiten gaat, neem dan deze gedachte mee: u hoeft niet te begrijpen waarom het leven zo is gelopen. U hoeft alleen maar te blijven beminnen. De Heer vraagt niet om perfectie of om antwoorden op de grote 'waarom'-vragen. Hij vraagt om uw aanwezigheid. Hij vraagt u om aan Zijn tafel te komen zitten, zelfs met uw tranen, zelfs met uw vragen.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde was niet beperkt tot zijn eigen leven; ze stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons behoeden voor alle kwaad en ons geleiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.