In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, bij u zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, in de stilte van deze zaterdag, in mijn hart opkomt. Het is het beeld van een jongen die op een luchthaven staat, met zijn neus tegen het glas geplakt, terwijl hij naar de vertrekkende vliegtuigen kijkt. Hij telt de seconden, hij observeert de hoek van de vleugels, hij droomt van de ‘con chim airlines’ die hij ooit zelf wil bouwen. Het is een beeld van pure, onbevangen fascinatie. Voor een jongen als Benjamin Vo was de wereld geen plek van angst of beperking; het was een uitgestrekt vliegveld vol mogelijkheden, een plek waar de horizon niet het einde was, maar het begin van een nieuwe ontdekking.
In de eerste lezing van vandaag horen we de woorden van Prediker: 'Verheug u, jonge man, in uw jeugd.' Het is een oproep die vreemd kan klinken in een wereld die vaak zo zwaar aanvoelt. Hoe kun je je verheugen als het hart gebroken is? Hoe kun je de 'dagen van je jeugd' vieren als die dagen zo abrupt zijn afgesneden? De Prediker is echter eerlijk. Hij spreekt over de dagen die komen, de dagen van het ouder worden, de dagen waarin het licht van de zon, de maan en de sterren verduisterd wordt. Hij spreekt over de 'zilveren koord' dat knapt en de 'gouden schaal' die breekt. Hij benoemt het verlies, de leegte, de stilte die intreedt wanneer de vogel niet meer fluit.
Maar luister naar wat hij zegt voordat hij daarheen gaat: 'Gedenk uw Schepper in de dagen van uw jeugd.' Benjamin deed dat. Hij deed dat niet door vroom te doen in een hoekje, maar door met een briljante geest de wereld te verkennen die God had gemaakt. Hij deed dat door zijn nieuwsgierigheid naar AI, naar cloud-infrastructuur, naar de logica van de wiskunde. Hij zag in de complexiteit van de techniek een spiegel van de Schepper. Hij was de jongen die met een glimlach droomde van zijn eigen luchtvaartmaatschappij, en diezelfde glimlach was er ook toen hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn zieke oom William. Dat aanbod – die bereidheid om alles wat hij bezat weg te geven – was zijn manier om God te eren. Het was een daad van pure liefde, een offer dat in de hemel luider spreekt dan alle wiskundige formules die hij ooit heeft geleerd.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er nu anders uitziet. Het is drie maanden geleden dat Ben naar de Heer ging. Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last.
Kijk nu naar het Evangelie van vandaag. Jezus zegt tot zijn leerlingen: 'Laat deze woorden doordringen in uw oren: de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de mensen.' De leerlingen begrepen het niet. De betekenis was voor hen verborgen, en ze waren bang om te vragen. Is dat niet herkenbaar? Wij staan vaak aan de rand van het mysterie, kijkend naar het kruis, en we begrijpen het niet. We zijn bang om te vragen: 'Waarom, Heer?' Maar Jezus verbergt het lijden niet. Hij gaat er dwars doorheen. Hij stapt in de menselijke kwetsbaarheid, in de dood, in de stilte van het graf, om daar de weg naar de verrijzenis te openen.
Benjamin is nu in die ruimte van de verrijzenis. Hij is niet langer de jongen die met zijn neus tegen het glas van de wereld staat. Hij is nu in de lucht zelf, in de eeuwige vlucht van Gods liefde. Ryan, mijn jongen, weet dat jouw broer bij je is. Die broederband is niet verbroken door de dood; hij is getransformeerd. Wanneer jij in de toekomst kijkt naar de vliegtuigen die hoog in de lucht voorbijtrekken, wanneer je denkt aan de dromen die jullie samen deelden, weet dan dat hij met je meekijkt. Hij wil dat jij leeft, dat jij bouwt, dat jij droomt met dezelfde moed die hij had. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij je dromen najaagt. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwigheid zelf. Hij is de vogel die hoog vliegt, die 'con chim' die nu in de hemelse lucht zijn vleugels uitslaat.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde was niet beperkt tot zijn eigen leven; ze stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.