In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Genade en vrede zij met u allen, die vandaag samenkomen in het heiligend licht van onze Heer.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Soms begint het niet in de kathedraal of in een groot handboek vol theologie, maar in de keuken, ergens rond de middag, wanneer de zon door het raam valt op een tafeltje waar nog de kopjes staan van het ontbijt. Je kijkt naar de tafel en voor een fractie van een seconde denk je dat je voetstappen hoort in de gang, dat er zo dertig plannen worden gesmeed over de volgende bestemming, over de logica van een computerprogramma, over een droom die zo helder was als de blauwe hemel. Het leven heeft van die gewone, haast onopgemerkte momenten waarin alles ineens heel dichtbij komt. Je hoeft vandaag geen grootse woorden mee te brengen om hier te zijn. Het is genoeg dat je hier zit, met al je vermoeidheid, met dat stille gemis dat nooit helemaal weggaat, en met de vragen die zo vaak onbeantwoord blijven.
Kijk naar het Evangelie van vandaag. Jezus zit aan tafel in het huis van een Farizeeër. De sfeer is stijf, berekend, vol onuitgesproken regels over wie er hoort en wie er niet thuishoort. En dan komt zij binnen. Een vrouw van wie iedereen in de stad dacht dat ze hopeloos verloren was. Ze brengt geen grote theorieën of beleefde formules mee; ze brengt een albasten flesje met zalf, een hart vol tranen en een zwijgende, diepe overgave. Ze gaat staan achter Jezus, bij zijn voeten. Ze weent, en haar tranen wassen zijn voeten. Ze droogt ze met het haar van haar hoofd, kust ze en zalft ze. Simon de Farizeeër kijkt toe en denkt bij zichzelf: 'Als deze man een profeet was, zou hij toch weten wat voor soort vrouw dat is?' Maar Jezus ziet iets heel anders. Jezus ziet niet de lijst van fouten of de maatschappelijke kaders; Hij ziet de overgave van een hart dat alles durft loslaten. En Hij zegt dat indringende woord dat door de eeuwen heen blijft klinken: 'Uw zonden zijn u vergeven... Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.'
Er is een wonderlijke lijn van die vrouw in het huis van Simon naar de jonge man aan wie we vandaag denken: onze lieve Benjamin. Ben was een jongen van een buitengewone scherpte, iemand die logica en wiskunde at alsof het brood was, die al op jonge leeftijd keek naar cloud-infrastructuur en de architecturen van systemen doorgrondde. Maar als we aan Ben denken, denken we niet alleen aan die briljante geest. We denken aan zijn glimlach, aan die onbevangen vreugde waarmee hij in het leven stond, en aan de manier waarop hij liefhad. Denk aan dat moment dat zijn oom William werd getroffen door twee beroertes, en vijftienjarige Ben ongevraagd aan zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde afstaan om te helpen. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; het geld was er niet eens voor nodig, want zijn oom had zijn verzekering. Maar het *aanbod* was er. Een jongen die, zonder dat iemand erom vroeg, bereid was om alles wat hij had op tafel te leggen voor iemand van wie hij hield. Dat is de ziel van Benjamin. Dat is de liefde die niet berekent, maar die onvoorwaardelijk geeft.
En toch moeten we de waarheid durven spreken over de pijn die er is. Want liefhebben zo diep betekent ook dat het gemis even diep snijdt. Voor Alan en Thao, die dagen en nachten dragen die zo oneindig lang kunnen lijken; voor Ryan, die zijn broer mist bij alles wat hij doet — in de stilte van de kamer, bij de dingen die ze vroeger samen deelden. Soms kan er in de stilte van de nacht een stem opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U hebt Ben gedragen, u hebt met hem gereisd, u hebt zijn lach gevoed, u hebt hem omringd met een liefde die zijn korte leven tot een stralend licht heeft gemaakt. U bent niet te kort geschoten. God beschuldigt u niet; Hij omringt u met Zijn tederste genade. Laat die schuld los, en laat u vallen in de armen van een God die zelf weet wat het is om een kind te verliezen.
Daar breekt de eerste lezing van vandaag door, waar Paulus de Korintiërs herinnert aan de kern van alles: 'Ik heb u overgeleverd wat ik zelf heb ontvangen: dat Christus gestorven is voor onze zonden... dat hij is begraven en dat hij is opgewekt op de derde dag.' Dat is het fundament waarop wij staan. Paulus was zelf iemand die van verre kwam, iemand die vervolgde, die dacht dat hij de waarheid in pacht had. Maar hij schrijft: 'Door de genade van Gods genade ben ik wat ik ben.' Niet door onze eigen kracht, niet omdat wij alles onder controle hebben, maar omdat Gods genade ons draagt, zelfs in de diepste dalen.
Ben wist dat, op zijn eigen pure manier. Hij hield van de luchtvaart, van vliegtuigen, van het idee om ergens heen te reizen waar de horizon groter is. Hij dacht zelfs aan het oprichten van een eigen maatschappij, 'con chim airlines', en hij giechelde zachtjes als hij erover vertelde. Nu is hij op die ultieme vlucht. Hij is aangekomen bij de bron van alle liefde. Zoals zijn vader in die droom mocht ervaren, toen Ben hem op de drempel geruststelde: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết... Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ' — 'Vader, ik ben door elke test heen gekomen... Maakt u zich geen zorgen, ik zal over jullie waken.' Die woorden zijn geen fantasie; het is de echo van de eeuwigheid die binnenkomt in onze slaap, het is de stem van een zoon die zijn ouders wil troosten.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen op de bank zaten, of aan die reizen waarin jullie samen de wereld verkenden. Die broederband is niet verbroken; die is sterker dan de dood. Jouw broer loopt met je mee. Hij wil dat jij leeft, dat je bouwt, dat je droomt met dezelfde moed die hij had. Hij kijkt naar je met een trotse glimlach vanuit het licht van God.
En denk aan die kleine tekens van liefde die blijven stromen in zijn naam — zoals de waterput in Cà Mau, Vietnam, die in zijn naam is geslagen zodat dorstige mensen te drinken hebben. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde is niet gestopt op de dag dat hij stierf; die liefde stroomt door, als helder water dat dorstige mensen laaft, als een goed woord dat ergens wordt gesproken.
Wanneer we straks weer naar buiten gaan, de wereld in, laten we dan één ding meenemen. Laat de schuldvraag los. Laat de zwaarte van het verleden vallen bij de voeten van de Heer, net zoals die vrouw haar tranen liet vallen bij de voeten van Jezus. Kijk naar de lucht, denk aan de vlucht van een vliegtuig, en weet dat Ben veilig is in de armen van de Vader. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de milde zegen van de almachtige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, op u neerdalen en met u blijven, vandaag en in alle dagen die komen. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.