In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de genade en de vrede van God onze Vader en de Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat ik vandaag met u wil delen, een beeld dat zo eenvoudig is dat we er misschien overheen kijken, maar dat in de stilte van een mensenleven alles kan veranderen. Denk aan een visser die na een nacht van zwoegen, met lege netten en vermoeide handen, aan de oever van het meer van Gennesaret staat. De zon begint te stijgen, de lucht kleurt zacht, maar de netten zijn leeg. De teleurstelling is niet alleen een gebrek aan vis; het is de vermoeidheid van iemand die alles heeft geprobeerd, die de juiste technieken kende, die wist hoe het moest, en die toch met lege handen achterbleef.
Simon Petrus staat daar. Hij is een vakman. Hij kent het water, hij kent de stromingen, hij kent het werk. En toch, na een hele nacht van hard werken, zegt hij tegen Jezus: 'Meester, wij hebben de hele nacht gezwoegd en niets gevangen.' Het is een zin die zwaar op de ziel kan wegen. Het is de zin van de mens die zijn uiterste best heeft gedaan, die heeft geïnvesteerd, die heeft gehoopt, en die uiteindelijk moet erkennen: het mocht niet zo zijn.
Hoe vaak klinkt die echo niet door in ons eigen leven? Wanneer we terugkijken op de afgelopen maanden, op de weg die u, Alan en Thao, en jij, Ryan, hebben afgelegd sinds 13 juni, dan is er diezelfde rauwe eerlijkheid: het zwoegen, het hopen, het bidden, en dan de uitkomst die we niet hadden gewild. Het voelt als een lege nacht. En in die leegte is het zo gemakkelijk om te denken dat onze wijsheid, onze zorg, onze waakzaamheid tekort zijn geschoten.
Maar luister naar wat Jezus dan doet. Hij begint niet met een verklaring. Hij begint niet met een verwijt. Hij stapt in de boot van Simon. Hij vraagt hem om een klein stukje van de kant af te varen. Hij maakt van die lege boot een kansel. Hij gebruikt de plek van de mislukking om daar Zijn Woord te laten klinken. Dat is de eerste grote les van vandaag: God is niet bang voor onze leegte. Hij stapt erin. Hij maakt van onze stilte, van ons verdriet, de plek waar Hij spreekt.
Soms, als de avond valt en de stilte in huis zwaarder weegt, kan de vraag opkomen: 'Waarom?' Het is een menselijke vraag, een vraag die voortkomt uit de diepste pijn van een ouder of een broer. We voelen ons soms als die mensen die in de synagoge van Kapernaüm waren, die Jezus probeerden vast te houden. Maar Jezus wijst ons naar een horizon die verder reikt dan onze eigen kring. Hij spreekt tot Simon: 'Vaar naar het diepe en werp de netten uit voor een vangst.'
Dat 'diepe', dat is waar de echte ontmoeting plaatsvindt. Het is niet in de veilige ondiepte waar we alles onder controle hebben, maar in het diepe waar we moeten loslaten. En daar, in dat diepe, gebeurt het wonder. De netten raken overvol. De boten dreigen te zinken. Het is te veel. Het is overweldigend. En wat doet Petrus? Hij valt op zijn knieën. 'Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.' Hij herkent in het wonder niet alleen de macht van God, maar ook zijn eigen kleinheid.
Ik wil vandaag, in het licht van deze lezing, een steen van jullie hart tillen. Er is een stem die soms in de nacht kan fluisteren: 'Hebben we iets gemist? Hadden we meer moeten doen?' Het is de stem van een valse schuld die geen enkele ouder ooit zou mogen dragen. Luister naar het antwoord van Jezus in het Evangelie: Hij zegt niet tegen Simon: 'Waarom heb je de netten niet eerder op een andere plek uitgegooid?' Hij zegt niet: 'Je had beter moeten opletten.' Nee, Hij zegt: 'Wees niet bevreesd.'
Ziekte is nooit een straf van God, en het is nooit de schuld van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. Alan en Thao, jullie hebben Benjamin omringd met een liefde die zo stralend was, zo vol aandacht, zo vol van die unieke band die jullie deelden. Jullie hebben hem meegenomen over de hele wereld, jullie hebben met hem gelachen, jullie hebben hem gedragen. God beschuldigt jullie niet. Integendeel, Hij ziet jullie trouw en Hij omhelst jullie in jullie verdriet. Jullie hebben niets gemist. Jullie hebben alles gegeven wat een mens kan geven. Laat die zware steen van zelfverwijt vandaag in het diepe water vallen. Je bent vrij. Je bent geliefd.
Benjamin was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met een briljante geest naar de toekomst keek. Of het nu ging om de complexe wereld van cloud-infrastructuur, de logica van wiskunde, of de droom van zijn eigen 'con chim airlines', Ben was iemand die de wereld wilde bouwen en verbeteren. Hij had die scherpe, analytische geest van zijn vader, maar daarachter school een hart dat zo teder was. Denkt u eens aan dat moment waarop hij, nog maar een kind, aanbood om zijn hele spaarpot aan te bieden om zijn oom William te helpen. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; het aanbod was genoeg. Het was een zaadje van onbaatzuchtige liefde dat in zijn hart was geplant door de Geest van God. Dat is de wijsheid waar Paulus over spreekt in de eerste lezing: 'Als iemand onder u zich wijs waant in deze wereld, laat hij dan dwaas worden om werkelijk wijs te worden.' De wereld noemt het dwaas om alles te willen geven, maar bij God is dat de hoogste vorm van wijsheid.
Benjamin was een jongen die niet bang was om het leven voluit te proeven. Hij was een ontdekker. Ik denk aan die herinnering van zijn vader in Bangkok, waar Ben ondanks de waarschuwingen de pittige Pad Thai wilde proberen. Hij nam de sprong. En toen hij zat te eten, liepen de tranen over zijn wangen van de heetheid — maar tegelijkertijd straalde hij, lachte hij, giechelde hij van puur plezier om het avontuur. Hij vond het geweldig dat het zo pittig was. Hij deinsde niet terug; hij omarmde het moment met een brede lach. Dat was Ben. Een jongen die bereid was een risico te nemen, die vol overgave in het leven sprong, die niet bang was voor het onbekende, en die zelfs wanneer het zwaar of intens werd, kon blijven glimlachen.
Jij, Ryan, zijn broer, zijn beste vriend. De band tussen jullie is niet verbroken. Ben hield zielsveel van je. Hij deelde zijn dromen met jou, zijn avonturen, zijn lach. Als de stilte in huis je soms te veel wordt, weet dan dat zijn liefde niet is verdwenen. De band tussen twee broers die zo hecht waren, kan door geen enkele grens worden doorgesneden. Ben wil dat jij leeft met diezelfde nieuwsgierige, moedige blik waarmee hij in het leven stond. Hij wil dat je durft te proberen, dat je lacht, dat je groeit, en dat je weet dat hij vanuit het hemelse licht over je waakt.
Ik richt mij ook tot ieder die vandaag van veraf meebidt — misschien een moeder die waakt aan het bed van een ziek kind, een vreemdeling die eenzaam worstelt met een eigen zwaar kruis, of iemand die al jaren een stil verdriet met zich meedraagt. Voel u niet vergeten. De Heer die in het meer van Gennesaret in de boot stapte, kent de precieze kromming van uw rug en de zwaarte van uw last. Hij is niet gekomen om u te veroordelen of te vernietigen, maar om u op te richten. Zoals de psalm van vandaag zo prachtig zingt: 'Wie mag de berg van de Heer beklimmen? Wie mag staan op zijn heilige plaats? Hij die reine handen heeft en een zuiver hart.' Dat is de belofte: wie oprecht zoekt, wie zijn hart zuiver houdt te midden van de storm, die zal de zegen van de Heer ontvangen.
Wat kunnen wij nu meenemen, wanneer we straks de deuren van deze kapel weer uitgaan en terugkeren naar onze dagelijkse bezigheden? Neem dit ene mee: Geef het laatste woord aan Christus. Wanneer vandaag de herinneringen u overvallen, wanneer de scherpte van het gemis brandt, of wanneer het lawaai van verdriet in uw hoofd begint te tollen… ga dan niet in discussie met de duisternis. Probeer het niet allemaal met menselijk verstand op te lossen. Zoek een moment van stilte. Sluit uw ogen. En vraag Jezus om zijn gezaghebbende Woord van vrede te spreken in uw hart. Zeg eenvoudig: 'Heer Jezus, spreek Uw vrede in mijn storm.'
Benjamin Vo, onze lieve Ben, rust nu in die volmaakte vrede. Hij heeft de aardse strijd achter zich gelaten. Hij is thuis bij de Vader, aangeschoven aan het hemelse banket, wellicht zij aan zij met de jonge heilige Carlo Acutis — twee jongens met een scherp verstand en een oneindig zuiver hart, die nu samen bidden voor deze wereld. Zijn leven was kort naar de maatstaven van de wereld, maar het was volmaakt voltooid in de liefde. En die liefde leeft voort. Ze stroomt als het zuivere water van de put die in zijn naam is gewijd in Cà Mau; ze straalt in de ogen van Ryan; ze blijft branden in het hart van Alan en Thao.
De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen en heilig in al zijn werken. Moge Zijn Geest onze harten vervullen met diepe troost, totdat wij op een dag, aan het einde van onze eigen pelgrimstocht, weer samen mogen zijn in het onvergankelijke licht van Zijn Rijk. Benjamin Đại Dương, jouw naam betekent 'Grote Oceaan'. Jouw liefde is als die oceaan: ze is diep, ze is onmetelijk, en ze blijft stromen. Je bent nu een engel in de hemel, biddend voor ons allemaal. Rust in die volmaakte vrede, lieve Benjamin. Wij dragen je in ons hart, totdat de dag komt dat we elkaar weerzien in het licht dat nooit ondergaat. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons beschermen tegen alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.