In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Genade en vrede zij met u allen op deze dag waarop wij ons verenigen in gebed en hoop.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
We staan op een uitgestrekte, lege vlakte. De wind waait door het open landschap en draagt niets mee dan de stilte van een onmetelijke verlatenheid… Alleen botten liggen daar verstrooid in het zand. Droog, wit, verbleekt door de zon. Er is geen leven meer te bekennen. De profeet Ezechiël wordt midden in dat landschap gezet en de Heer stelt hem de vraag die ons allemaal de adem beneemt: 'Mensenkind, kunnen deze botten weer tot leven komen?'
Je hoeft geen profeet te zijn om te weten hoe die vlakte voelt. Soms arriveer je in je eigen leven op een plek die net zo leeg en droog aanvoelt. Een lege stoel aan de keukentafel. Een stilte in de gang die niet meer wordt gevuld met de vertrouwde geluiden van een jongen die druk bezig was met zijn plannen, zijn vliegtuigen, of zijn scherpe gedachten… De stilte na vijftien jaar vol leven. En je kijkt naar de dagen die voor je liggen en je denkt: hoe moet een mens hierdoorheen?
Laten we eerlijk zijn met elkaar voor we proberen te troosten. Er is een pijn die zich vastgrijpt in het midden van de nacht, een gemis dat zo plotseling en onverbiddelijk toeslaat dat het je de adem beneemt. Het is negen weken geleden vandaag sinds Benjamin naar huis is gegaan. Negen weken waarin zijn vader Alan, zijn moeder Thao en zijn broertje Ryan leven met een leegte die met geen pen is te beschrijven. Soms sluipen er in de stilte van de gedachten vragen binnen die niemand hardop durft te zeggen: hadden we iets kunnen opmerken? Had het anders gekund? Lieve mensen, laat die steunvlam van onterechte twijfel los. Zoals Jezus sprak over de blinde man in het Evangelie — dat noch hij noch zijn ouders gezondigd hadden — zo is ziekte nooit een straf en nooit iemands schuld. Het overkomt een mens buiten alle menselijke controle om, als een ongrijpbare wind. U hebt niets gemist, uw liefde was volmaakt, en God rekent u niets aan. U mag vrij zijn van dat ondragelijke gewicht.
Kijk dan naar wat er gebeurt op die droge vlakte in het visioen van Ezechiël. God vraagt niet of de profeet zelf de kracht heeft om het leven terug te brengen. Nee, de Heer zegt: 'Profiteer over de botten… adem, kom uit de vier windstreken.' En plotseling hoor je een gerammel. Bot voegt zich bij bot. Pezen spannen zich, vlees groeit over de beenderen, en er komt adem in hen. Ze staan op — een machtig leger.
Dat is het moment waarop het Evangelie binnenvalt als een zacht briesje in een benauwde kamer. De Farizeeën en wetgeleerden wilden Jezus vangen met ingewikkelde berekeningen en regels. Ze vroegen Hem naar de grootste wet. En Jezus brengt alles terug tot de enige kern die er toe doet: 'Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart… en uw naaste als uzelf.'
Benjamin Vo verstond die wet van de liefde op een zo eenvoudige, wonderlijke manier. Ben was een jongen met een briljant verstand, iemand die al op jonge leeftijd meedacht over complexe systemen, die droomde van zijn eigen luchtvaartmaatschappij — 'con chim airlines' — en wiens ogen gonsden van een aanstekelijke, vrolijke glimlach als hij erover vertelde. Maar zijn hart was nog oneindig veel groter dan zijn intellect. Denk aan die momenten van alledaagse tederheid thuis: de speelse momenten aan de hotpottafel met Ryan, de warme familieherinneringen onder gele orchideeën, of dat moment waarop de vijftienjarige Ben onvermurwbaar en volkomen onzelfzuchtig tegen zijn ouders zei dat hij zijn hele spaarpot wilde afstaan om zijn zieke oom te helpen. Hij hoefde die spaarpot niet eens stuk te slaan; het gebaar zelf was puur goud. Een jongen die wilde dat niemand om hem heen hoefde te lijden.
En nu, Ben, sta jij niet op een lege vlakte, maar in het stralende licht van de hemel. Je vader deelde onlangs een droom waarin jullie samen stonden bij een deur, en jij zei: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết… Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ.' (Papa, ik ben voor alle toetsen geslaagd. Maak je geen zorgen, ik waak over papa en mama.) Zelfs in de droom ben jij degene die hen optilt.
Dus vandaag, Alan, Thao, Ryan, en iedereen die luistert — of je nu dichtbij bent of ergens in een stille kamer alleen zit met een zwaar kruis — laat dit je anker zijn. Ben is geborgen in de oneindige barmhartigheid van God en onder de mantel van Onze Lieve Vrouw. Hij ademt de vrijheid van het eeuwige leven.
Houd vandaag één eenvoudige gedachte vast als je de kerk uitloopt: liefde sterft nooit. Geef elkaar vandaag een stille, warme omhelzing in huis. En laat de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, uw harten bewaren in eeuwigheid. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
De Heer zene en behene u, geve u zijn vrede en schenke u de kracht om in liefde verder te gaan. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.