In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Moge de vrede van onze Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat we allemaal kennen, een beeld dat zo simpel is dat het bijna onopgemerkt voorbijgaat: de atleet die zich voorbereidt op de race. Hij staat aan de startlijn, zijn spieren gespannen, zijn blik strak op de finish gericht. Alles wat hij de afgelopen maanden heeft gedaan—het vroege opstaan, het strikte dieet, de eindeloze herhaling van zijn training—komt samen in dat ene moment van focus. Paulus gebruikt dit beeld vandaag in zijn brief aan de Korintiërs. Hij zegt: 'Doen jullie niet mee aan de hardloopwedstrijd in het stadion? Iedereen rent, maar slechts één wint de prijs. Ren zo, dat je die prijs wint.' Het is een krachtig beeld van discipline, van toewijding, van het niet verspillen van je krachten aan schijnbewegingen.
Denk aan Benjamin. Onze lieve Ben. Als we aan hem denken, zien we diezelfde vastberadenheid. Hij was niet alleen een jongen met een briljante geest, die als vierdeklasser al wiskunde op het niveau van de achtste klas beheerste en droomde van zijn eigen 'con chim airlines'. Hij was ook een atleet. Herinnert u zich hoe hij op het badmintonveld stond? Hij was een jongen die geloofde dat 'proberen alles is wat telt'. Hij was niet bang om te falen. Of hij nu op het basketbalveld stond in zijn sweatshirt of de wereld verkende met zijn familie, hij gaf alles wat hij had. Hij rende zijn eigen race met een oprechtheid die ons tot op de dag van vandaag raakt. Hij was een jongen die, in zijn zachtheid, een enorme innerlijke kracht droeg.
Soms, in de stilte van de dag, kan de vraag opkomen: waarom is het leven zo broos? Waarom eindigt een race die zo vol belofte en vreugde zat, zo abrupt? Het is een vraag die ons naar de rand van de afgrond brengt. We kijken naar de leegte die Ben heeft achtergelaten, en we voelen ons als iemand die in een huis staat waar de meubels zijn weggehaald. Alles voelt anders. De ochtenden zijn stiller. De dromen van de toekomst lijken hun kleur te hebben verloren. Maar luister naar wat Jezus zegt in het Evangelie van vandaag: 'Kan een blinde een blinde leiden? Zullen ze niet beiden in een kuil vallen?' Hij spreekt niet tot mensen die geen verdriet kennen. Hij spreekt tot de mensen die huilen, die uitgestoten worden, die zich verloren voelen in de complexiteit van hun eigen pijn. Hij spreekt tot ú.
Ik wil vandaag, in alle tederheid, een steen van uw hart tillen. Er is een stem die in de stilte van de nacht kan fluisteren dat u iets hebt gemist, dat u als ouders of als broer ergens tekort bent geschoten. Laat die gedachte los. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U hebt Ben niet alleen liefgehad; u hebt hem gedragen, u hebt met hem de wereld rondgereisd, u hebt zijn dromen gevoed met uw eigen aandacht en vreugde. U hebt niets gemist. U bent geen falende wachtlieden; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een liefde die zo stralend was dat hij zelfs in zijn laatste dagen nog kon glimlachen. God beschuldigt u niet. Hij ziet uw trouw. Hij ziet hoe u, dag na dag, probeert te blijven staan. En Hij zegt: 'Wees niet bevreesd.'
Paulus zegt dat hij zijn lichaam traint en tuchtigt, 'uit vrees dat ik, na anderen te hebben gepredikt, zelf op de een of andere manier gediskwalificeerd zou worden.' Het is een nederige bekentenis van een apostel. Het herinnert ons eraan dat we in deze race van het leven niet op eigen kracht lopen. We lopen in de schaduw van Christus. Als Jezus ons vraagt om de balk uit ons eigen oog te halen voordat we naar de splinter in het oog van de ander kijken, dan is dat geen oproep tot zelfkastijding. Het is een uitnodiging tot de waarheid. Het is een uitnodiging om onze eigen kwetsbaarheid toe te laten, om onze eigen pijn aan God te geven, zodat Hij ons kan genezen. Pas als we onze eigen pijn in Zijn handen leggen, kunnen we de ander echt zien. Pas als we onze eigen tranen door Hem laten drogen, kunnen we de tranen van de ander troosten.
Ben was zo'n jongen die de splinter in het oog van de ander niet zocht. Hij zocht naar de glimlach. Hij zocht naar de verbinding. Denk aan dat moment dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William, die getroffen was door twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; het aanbod was genoeg. Het was de daad van een ziel die intuïtief begreep wat Paulus bedoelt: dat de dingen van deze wereld – het geld, de bezittingen, de plannen – ondergeschikt zijn aan de liefde die we aan elkaar geven. Ben was een jongen die de race van het leven rende met een hart dat wijd openstond voor de ander.
Ryan, mijn jongen, weet dat jouw broer bij je is. Hij is de jongen die zijn hand naar je uitstak toen je klein was, en hij is de jongen die zijn hand naar je uitsteekt vanuit de eeuwigheid. De band tussen jullie is niet verbroken door de dood; hij is alleen maar veranderd van plaats. Hij is nu bij de Heer, die de Heer is van het leven. Ben kijkt naar jou met een trots die geen enkele afstand kan doven. Hij wil dat jij leeft. Hij wil dat je de wereld verkent, dat je bouwt, dat je droomt. Hij wil dat je weet dat de liefde die jullie deelden, de brandstof is die je door de donkerste dagen heen zal dragen. Zoals jullie samen op de bank zaten, zo reist hij nu met je mee in de achtbaan van het leven.
Denk aan de put die in Vietnam in Bens naam is geslagen. Het is een symbool van wat het betekent om de hand uit te steken. Het water dat daar stroomt, brengt leven aan mensen die het nodig hebben. Dat is de erfenis van Ben. Dat is de 'Grote Oceaan' van zijn liefde die blijft stromen. Ben is niet weg; hij is werkzaam. Hij is een zaadje dat in de aarde is gevallen en nu vrucht draagt op plekken waar wij niet eens bij kunnen. En u, zijn familie, zijn degenen die dit water blijven putten. U bent degenen die door uw eigen verdriet heen, de wereld blijven zegenen. U bent degenen die in zijn naam de wereld een klein beetje mooier maken.
Wat kunnen we vandaag meenemen als we weer naar buiten gaan? Misschien is het dit: laat de schuldvraag los. Stop met het ondervragen van de nacht. God is niet in de storm van de schuld; Hij is in de zachte bries van de genade. Wanneer u zich vandaag eenzaam voelt, of wanneer het verdriet u overvalt, kijk dan naar de hemel. Zoek naar dat licht, die vrede, die glimlach van Ben die nu schijnt in het licht van Christus. Hij is daar, in de eeuwigheid, en hij wacht op u. Hij is uw voorspreker, samen met de heiligen. Ben is nu in het gezelschap van de heiligen. Hij is veilig. Hij is gelukkig. En hij houdt van u met een liefde die sterker is dan de dood.
Benjamin Đại Dương, jouw naam betekent 'Grote Oceaan'. Jouw liefde is als die oceaan: ze is diep, ze is onmetelijk, en ze blijft stromen. Je bent nu een engel in de hemel, biddend voor ons allemaal. Rust in die volmaakte vrede, lieve Benjamin. Wij dragen je in ons hart, totdat de dag komt dat we elkaar weerzien in het licht dat nooit ondergaat. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.