In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de genade en de vrede van onze Heer Jezus Christus, die ons leven en onze winst is, met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er zijn van die kleine voorwerpen in een huis die na een afscheid onaangeroerd blijven liggen, en daardoor opeens zwanger worden van betekenis. Een paar schoenen bij de deur, een halfgeschreven bladzijde op een bureau, of in het geval van Benjamin Vo, een computerprogramma dat openstaat op een scherm, vol regels code die een jongen van vijftien in de stille uren bij elkaar heeft getypt. Ben hield van de logica van machines, maar nog meer van de vreugde van het leven zelf. Soms vertelde zijn vader verhalen uit die wereld van code en dromen, en dan glimlachte Ben met die eigenwijze, lieve blik die zijn moeder en vader zo goed kenden. Hij was een jongen die met zijn gedachten al ver vooruitkeek naar de lucht, naar de vliegtuigen die hij spotte, naar de luchthavens van de wereld waar hij met zijn 'perfecte vier' – zijn vader, moeder en zijn broertje Ryan – doorheen liep. En nu, vier maanden nadat hij naar het huis van de Vader is gegaan, ligt dat project onaangeroerd op de plank. De stilte in huis is soms zo diep dat je er bijna in kunt vallen.
Maar luister eens naar wat Paulus vandaag schrijft vanuit zijn gevangenschap aan de Filippenzen, in onze eerste lezing. Paulus zit vast, hij weet dat het leven aan een zijden draadje hangt, en toch schrijft hij woorden die door de eeuwen heen trillen van een bijna niet te bevatten moed: 'Voor mij is leven Christus en sterven winst.' Denk daar eens over na. Niet als een vroom theologisch zinnetje dat je op een kaartje zet, maar als de ultieme werkelijkheid van een mens die de dood in de ogen heeft gekeken en heeft ontdekt dat de liefde sterker is dan het graf. Paulus zegt: 'Ik ben ingeklemd tussen twee verlangens: ik verlang te vertrekken om met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste; maar in het vlees blijven is juister om uw wille.' Ben heeft die oversteek nu gemaakt. Hij is daar waar geen benauwdheid meer is, waar de adem vrij is en de ziel licht.
En toch, als we hier vandaag staan, voelen Alan en Thao, en kleine Ryan, dat 'in het vlees blijven' soms een bijna ondraaglijke opgave is. Het gemis snijdt door de ziel. In de vroege ochtend, wanneer het huis nog donker is en de herinnering aan zijn stem je plotseling overvalt, kan er die stille, stekende vraag opkomen: 'Waarom? Hebben we iets gemist? Hadden we meer kunnen doen om dit te voorkomen?' Vandaag wil ik, in de naam van de Heer die onze smart doorgrondt, die zware steen van schuld en twijfel voorgoed van jullie schouders tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van de ouders. Jullie hebben Benjamin niet alleen liefgehad met een menselijke liefde, maar met een toewijding die hem tot de drempel van de eeuwigheid heeft gedragen. God beschuldigt jullie niet, en Hij vraagt dat jullie jezelf ook niet beschuldigen. Sommige beproevingen in dit leven vallen volkomen buiten elk menselijk bereik; ze komen als een storm uit een heldere hemel, en geen waakzaamheid ter wereld had dat kunnen tegenhouden. Laat die schuld los. Jullie waren de trouwe wachters, de liefhebbende ouders die hem de wereld hebben laten zien. Niets van die liefde is verloren gegaan.
Kijk dan naar het Evangelie van vandaag. Jezus is te gast bij een vooraanstaand Farizeeër op de sabbat. Hij kijkt rond naar de mensen die binnenkomen en merkt op hoe ze allemaal de ereplaatsen uitzoeken, vooraan aan de tafel, om maar gezien te worden, om belangrijk te zijn. Jezus prikt door die menselijke ijdelheid heen en vertelt een gelijkenis over de uitnodiging tot het bruiloftsmaal. Hij zegt: 'Wanneer je wordt uitgenodigd, ga dan op de laagste plaats zitten, zodat degene die je heeft uitgenodigd komt en zegt: vriend, kom hogerop.' Dit is de omkering van het Koninkrijk van God. De wereld kijkt naar status, naar wie het hardst roept, naar wie de meeste macht heeft. Maar God kijkt naar het hart dat klein durft te zijn, naar de ziel die eenvoudig en onvoorwaardelijk liefheeft.
Denk aan de manier waarop Ben in het leven stond. Hij hoefde niet op de ereplaats te zitten om gezien te worden. Zijn grootheid zat in zijn grenzeloze, stille goedheid. Denk aan dat moment waarop hij, vijftien jaar oud, op een dag naar zijn ouders toe stapte met een plan dat zo ontwapenend zuiver was: hij was bereid om zijn hele spaarpot in te leveren om zijn oom William te helpen, die zo zwaar was getroffen door beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken of te legen; de hulp was er al, het was niet nodig, en het potje bleef onaangeroerd op zijn plek staan. Maar het aanbod zelf – de bereidheid van een jongejongen om werkelijk alles wat hij bezat weg te geven voor iemand van wie hij hield – dat was de waarheid van zijn ziel. Dat is de schat die niet vergaat. Ben begreep, op zijn jonge leeftijd, al iets van het Evangelie van Jezus: dat het leven niet gemeten wordt in wat je vasthoudt, maar in wat je bereid bent los te laten uit liefde.
Soms, in de stilte van de nacht of in een droom die zachtjes over de grens van de slaap glijdt, voel je die nabijheid weer. Zoals die droom waarin Benjamin, sterk en gezond, even terugkeert om te zeggen dat alles goed is, dat de adem weer vrij is, dat hij over zijn vader en moeder waakt. Die dromen zijn geen verzinsel van een vermoeide geest; het zijn vensters die openstaan naar de eeuwigheid. Hij kijkt naar jullie, Alan en Thao, en hij kijkt naar jou, Ryan. Hij ziet de tranen die vallen wanneer je door het huis loopt en zijn speelgoed, zijn spullen, zijn lach mist. En hij zegt je met dezelfde zachte glimlach: wees niet bang, ik ben in het licht.
Ryan, mijn jongen, kijk soms eens naar de lucht als je een vliegtuig over ziet trekken. Denk dan aan de dromen die jullie deelden, aan de vreugde van het samen onderweg zijn. Jouw broer wil niet dat jouw leven stilstaat; hij wil dat je leeft, dat je lacht, dat je met dezelfde nieuwsgierigheid de wereld ontdekt die jullie samen hebben bewonderd. De herinnering aan hem is geen last die je naar beneden trekt, maar vleugels die je dragen.
Wat nemen we vandaag mee over de drempel van deze kerk? Niet het antwoord op alle waarom-vragen van dit leven, want dat mysterie is te groot voor onze kleine menselijke ogen. Maar we nemen de zekerheid mee dat de dood het laatste woord niet heeft. De liefde die jullie voor Ben hebben, en de liefde die hij jullie heeft nagelaten, is van God. Laat die liefde vandaag je hart binnenkomen als een balsem over een open wond. Onze Lieve Vrouw, die zelf onder het kruis stond en de bitterste pijn van een moeder heeft gekend, houdt jullie hand vast in deze dagen. Zij droogt de tranen die niemand anders ziet. Vertrouw op haar voorspraak, vertrouw op de barmhartigheid van de Vader, en weet dat jullie geliefde zoon geborgen is in de eeuwige vrede van Christus. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de almachtige God u zegenen en bewaren, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Blijf in zijn vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.