In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, vandaag in uw harten wonen.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat ik vandaag met u wil delen, een beeld dat misschien wel het hart raakt van wat het betekent om mens te zijn in een wereld die soms zo onrechtvaardig lijkt. Stelt u zich een vroege ochtend voor, een marktplein in het oude Galilea. De zon is nog maar net op, de lucht heeft die zachte, beloftevolle kleur van het begin van de dag. Mannen staan daar, wachtend, hopend op werk, hopend op een kans om hun gezin te voeden. De eigenaar van de wijngaard komt langs, kiest er enkelen uit, en de dag begint. Maar dan, uur na uur, blijft hij terugkeren. Om negen uur, om twaalf uur, om drie uur, en zelfs als de zon al bijna ondergaat, om vijf uur, vindt hij nog steeds mensen die daar staan. 'Waarom staan jullie hier de hele dag niets te doen?', vraagt hij. En hun antwoord is zo eerlijk, zo pijnlijk herkenbaar: 'Omdat niemand ons heeft ingehuurd.'
Er spreekt een diepe, bijna rauwe menselijkheid uit die woorden. Het is de stem van de mens die wil bijdragen, die wil werken, die wil leven, maar die door omstandigheden buiten zijn macht om aan de zijlijn is komen te staan. Het is de stem van de vader die wil zorgen, van de moeder die wil beschermen, van de jongen die droomt van de toekomst en die ineens merkt dat het leven een wending neemt waar hij geen controle over heeft. Het is de vraag die we allemaal wel eens in de stilte van ons hart hebben gesteld: 'Waarom ben ik hier? Waarom loopt het zo? Waarom is de dag voor mij zo kort?'
Denk aan Benjamin. Onze lieve Ben. Hij was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met een bijna wetenschappelijke precisie keek naar hoe dingen werkten – of het nu ging om de complexe architecturen van cloud-infrastructuur, de logica van wiskunde, of de aerodynamica van een Boeing 737. Hij had die prachtige, onderzoekende blik. Hij was de jongen die droomde van 'con chim airlines', die plannen maakte met de ernst en de vreugde van iemand die weet dat de wereld groter is dan wat we direct kunnen zien. Ben was niet alleen een denker; hij was een doener, een jongen die zijn hele wezen inzette voor wat hij liefhad. Maar als we nu terugkijken, drie maanden na zijn heengaan, dan zien we dat zijn leven niet gemeten kan worden in de lengte van de jaren, maar in de intensiteit van de liefde die hij uitstraalde. Hij was als die arbeider die, ongeacht het uur, met zijn hele hart in de wijngaard van het leven stond.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er nu anders uitziet. Het gemis van Ben is geen abstracte gedachte. Het is het lege stoeltje, het ontbreken van die 'Goedemorgen, pap' die elke dag zo trouw klonk. Het is een pijn die zich nestelt in de kleine dingen van de dag. Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. U hebt hem de wereld gegeven, u hebt met hem de grotto’s van Lourdes bezocht en de straten van de wereld verkend. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los, en laat u vallen in de armen van een God die zelf weet wat het is om een kind te verliezen. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen.
Kijk naar het Evangelie van vandaag. De eigenaar van de wijngaard geeft iedereen hetzelfde loon. De arbeiders van het eerste uur grummelen: 'Deze laatsten hebben slechts één uur gewerkt en u hebt hen gelijkgesteld aan ons.' En het antwoord van de eigenaar is verbluffend: 'Vriend, ik doe je geen onrecht... Ben ik niet vrij om te doen wat ik wil met wat van mij is? Of ben je afgunstig omdat ik goed ben?' Dit is de 'turn' van het verhaal. Het gaat niet om rekenen, niet om rechtvaardigheid zoals wij die in onze boeken schrijven. Het gaat om de genade van God. God meet niet met onze maatstaven. Hij kijkt niet naar hoe lang we hebben gewerkt, maar naar de bereidheid van ons hart. Hij ziet de liefde die Ben gaf – die spontane offervaardigheid toen hij zijn spaarpot wilde afstaan voor zijn oom William, die glimlach waarmee hij zelfs de heetste Pad Thai in Bangkok weglachte. Dat is de liefde van God die door Ben heen stroomde. Hij was in de ogen van de wereld misschien 'kort' in de wijngaard, maar in de ogen van God heeft hij de volle maat van de liefde ontvangen.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen op de bank zaten, of aan die reizen waarin jullie samen de wereld verkenden. Die broederband is niet verbroken; die is sterker dan de dood. Jouw broer loopt met je mee. Hij wil dat jij leeft, dat je bouwt, dat je droomt met dezelfde moed die hij had. Hij kijkt naar je met een trotse glimlach vanuit het licht van God. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij je dromen najaagt. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwigheid zelf.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht – zoals die waterput in Cà Mau, die in zijn naam is geslagen zodat dorstige mensen te drinken hebben. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde was niet beperkt tot zijn eigen leven; ze stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, en moge Zijn aangezicht over u stralen in tijden van duisternis. Ga in vrede, in de hoop dat we elkaar weerzien in het huis van de Vader.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.