In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, bij u zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Soms begint een dag niet met een groot gebaar, maar met het eenvoudige beeld van een zaadje dat in de aarde valt. Misschien ziet u het voor u: een kleine, harde korrel, schijnbaar levenloos, die wordt toevertrouwd aan de donkere, koude grond. Het lijkt op het eerste gezicht op een verlies. De korrel verdwijnt. Hij wordt bedekt door het gewicht van de aarde. Maar wie naar de natuur kijkt, weet dat dit geen einde is. Het is een begin. Het is de noodzakelijke overgave van het zaad om tot leven te kunnen komen. Paulus spreekt in de eerste lezing vandaag met een bijna scherpe tederheid over dit mysterie: 'Wat gij zaait, komt niet tot leven tenzij het sterft.'
We leven vaak in een wereld die ons leert dat alles zichtbaar moet zijn, dat alles meetbaar moet zijn, dat alles direct resultaat moet opleveren. We willen de controle behouden. We willen het zaadje vasthouden, het beschermen, het behoeden voor de kou van de aarde. Maar het leven van de Geest werkt anders. Het vraagt van ons dat we durven loslaten, dat we durven geloven dat wat wij in de aarde leggen – onze diepste liefde, onze mooiste dromen, onze meest dierbare mensen – niet verloren is, maar wordt omgevormd tot iets dat de dood te boven gaat.
Denk aan Benjamin. Onze lieve Ben. Hij was een jongen van een buitengewone helderheid. Hij was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met een bijna wetenschappelijke precisie keek naar hoe dingen werkten – of het nu ging om de complexe architecturen van cloud-infrastructuur, de logica van wiskunde, of de aerodynamica van een Boeing 737. Hij had die prachtige, onderzoekende blik. Hij was de jongen die droomde van 'con chim airlines', die plannen maakte met de ernst en de vreugde van iemand die weet dat de wereld groter is dan wat we direct kunnen zien. Ben was niet alleen een denker; hij was een doener, een jongen die zijn hele wezen inzette voor wat hij liefhad. Denkt u eens aan dat moment dat hij, toen zijn oom William getroffen werd door twee beroertes, spontaan zijn hele spaarpot wilde aanbieden om te helpen. Hij hoefde die spaarpot niet te breken, hij hoefde hem niet te legen; het aanbod zelf, de bereidheid om alles wat hij had weg te geven voor iemand van wie hij hield, dat was de essentie van zijn ziel. Dat is de liefde die niet berekent, maar die zichzelf weggeeft. Dat is het zaadje dat Ben in de aarde van zijn leven heeft geplant.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er nu anders uitziet. Het gemis van Ben, dat nu drie maanden geleden is begonnen, is geen abstracte gedachte. Het is het lege stoeltje, het ontbreken van die 'Goedemorgen, pap' die elke dag zo trouw klonk. Het is een pijn die zich nestelt in de kleine dingen van de dag. Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. U hebt hem de wereld gegeven, u hebt met hem de grotto’s van Lourdes bezocht en de straten van de wereld verkend. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los, en laat u vallen in de armen van een God die zelf weet wat het is om een kind te verliezen. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen.
Kijk naar het Evangelie van vandaag. Jezus spreekt over de zaaier. Hij spreekt over de grond van ons hart. Sommige zaden vallen op de weg, andere op rotsachtige grond, weer andere tussen de doornen. Maar dan is er de goede bodem. Dat zijn degenen die, wanneer ze het woord horen, het met een 'generous and good heart' omhelzen en vrucht dragen door volharding. Ben was die goede bodem. Hij was een jongen die met een open hart in de wereld stond. Hij was niet bang om te proberen, om te falen, om opnieuw te beginnen. Hij was een jongen die wist dat het leven een reis is, en dat de bestemming – de hemel – de moeite waard is om alles voor te geven.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen op de bank zaten, of aan die reizen waarin jullie samen de wereld verkenden. Die broederband is niet verbroken; die is sterker dan de dood. Jouw broer loopt met je mee. Hij wil dat jij leeft, dat je bouwt, dat je droomt met dezelfde moed die hij had. Hij kijkt naar je met een trotse glimlach vanuit het licht van God. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij je dromen najaagt. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwigheid zelf.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht – zoals die waterput in Cà Mau, die in zijn naam is geslagen zodat dorstige mensen te drinken hebben. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde was niet beperkt tot zijn eigen leven; ze stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.