In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de genade en de vrede van onze Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat ons vandaag bij de hand neemt, een beeld dat zo oud is als de woestijn zelf, maar zo actueel als de pijn die we soms in ons eigen hart dragen. Het is het beeld van een bronzen slang, hoog geheven op een paal, te midden van een volk dat uitgeput was, dat klaagde, dat zich verloren voelde in de eindeloze zandvlaktes. De mensen waren hun geduld verloren, ze waren hun hoop kwijt. Ze keken om zich heen en zagen alleen maar dorst, alleen maar leegte, alleen maar de scherpe beet van het lijden. En dan, in die wanhoop, geeft God een vreemd gebod: kijk. Kijk naar het teken van wat je gebeten heeft, en leef.
Denk aan Benjamin. Onze lieve Ben. Als we aan hem denken, denken we niet aan de stormen die hij moest doorstaan, maar aan de helderheid van zijn geest en de tederheid van zijn ziel. Ben was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met een bijna wetenschappelijke precisie keek naar hoe dingen werkten – of het nu ging om de complexe architecturen van AWS, de logica van wiskunde, of de aerodynamica van een Boeing 737. Hij had die prachtige, onderzoekende blik. Hij was de jongen die droomde van 'con chim airlines', die plannen maakte met de ernst en de vreugde van iemand die weet dat de wereld groter is dan wat we direct kunnen zien. Hij was een jongen die de wereld niet alleen observeerde, maar die er met zijn hele hart in wilde stappen.
Soms, in de stilte van de dag, kan de vraag opkomen: waarom is het leven zo broos? Waarom eindigt een verhaal dat zo vol belofte en vreugde zat, zo abrupt? Het is een vraag die ons naar de rand van de afgrond brengt. We kijken naar de leegte die Ben heeft achtergelaten, en we voelen ons als dat volk in de woestijn. We voelen de beet van het gemis. Alles voelt anders. De ochtenden zijn stiller. De dromen van de toekomst lijken hun kleur te hebben verloren. Maar luister naar wat Jezus zegt in het Evangelie van vandaag: 'Zoals Mozes de slang in de woestijn heeft verhoogd, zo moet ook de Mensenzoon worden verhoogd, opdat iedereen die gelooft, eeuwig leven heeft.' Hij spreekt niet tot mensen die geen verdriet kennen. Hij spreekt tot ú, die vandaag met een zwaar hart bent gekomen. Hij spreekt tot de ouders die zich afvragen hoe ze de volgende dag moeten doorkomen. Hij spreekt tot Ryan, die zijn broer mist bij elke stap die hij zet.
Ik wil vandaag, in alle tederheid, een steen van uw hart tillen. Er is een stem die in de stilte van de nacht kan fluisteren dat u iets hebt gemist, dat u als ouders ergens tekort bent geschoten. Laat die gedachte los. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U hebt Ben niet alleen liefgehad; u hebt hem gedragen, u hebt met hem de wereld rondgereisd, u hebt zijn dromen gevoed met uw eigen aandacht en vreugde. U hebt niets gemist. U bent geen falende architecten van zijn leven; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een liefde die zo stralend was dat hij zelfs in zijn laatste dagen nog kon glimlachen. God beschuldigt u niet. Hij ziet uw trouw. Hij ziet hoe u, dag na dag, probeert te blijven staan. En Hij zegt: 'Wees niet bevreesd.'
Paulus herinnert ons in de tweede lezing aan de weg van Christus: 'Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen.' Dat is wat God doet. Hij komt niet met macht om onze vragen te beantwoorden; Hij komt in de gestalte van een mens die lijdt, die sterft, die alles geeft. Hij is de God die niet boven ons staat, maar die naast ons loopt in het stof van de woestijn. Hij is de God die weet wat het is om een kind te verliezen, want Hij heeft Zijn eigen Zoon aan het kruis zien hangen. Wanneer u huilt, huilt Christus met u mee. Wanneer u zich afvraagt waarom het leven zo onvoorspelbaar is, herinnert Hij u eraan dat Hij die onvoorspelbaarheid zelf heeft doorgemaakt.
Ben was zo'n jongen die de wereld wilde helpen. Denk aan dat moment dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William, die getroffen was door twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; het aanbod was genoeg. Het was de daad van een ziel die intuïtief begreep wat het betekent om lief te hebben: je geeft wat je hebt, je houdt niets achter. Dat is de essentie van het kruis. Het kruis is niet het einde; het is de ultieme daad van overgave. En Ben, in zijn korte leven, heeft die overgave geleerd. Hij heeft geleerd om te glimlachen, om te reizen, om te dromen, en om zijn hart te geven aan de mensen om hem heen. Hij was een jongen die, net als de heilige Carlo Acutis, begreep dat het leven een geschenk is dat we moeten doorgeven.
Ryan, mijn jongen, weet dat jouw broer bij je is. Hij is de jongen die zijn arm om je heen sloeg in die vrolijke shirts, de jongen die samen met jou speelde op de vloer met auto's en vrachtwagens. Die band is niet verbroken door de dood; hij is alleen maar veranderd van plaats. Hij is nu bij de Heer, die de Heer is van het leven. Ben kijkt naar jou met een trots die geen enkele afstand kan doven. Hij wil dat jij leeft. Hij wil dat je de wereld verkent, dat je bouwt, dat je droomt. Hij wil dat je weet dat de liefde die jullie deelden, de brandstof is die je door de donkerste dagen heen zal dragen. Zoals jullie samen op de bank zaten, zo reist hij nu met je mee in de achtbaan van het leven.
Denk aan de put die in Vietnam in Bens naam is geslagen. Het is een symbool van wat het betekent om de hand uit te steken. Het water dat daar stroomt, brengt leven aan mensen die het nodig hebben. Dat is de erfenis van Ben. Dat is de 'Grote Oceaan' van zijn liefde die blijft stromen. Ben is niet weg; hij is werkzaam. Hij is een zaadje dat in de aarde is gevallen en nu vrucht draagt op plekken waar wij niet eens bij kunnen. En u, zijn familie, zijn degenen die dit water blijven putten. U bent degenen die door uw eigen verdriet heen, de wereld blijven zegenen. U bent degenen die in zijn naam de wereld een klein beetje mooier maken.
Wat kunnen we vandaag meenemen als we weer naar buiten gaan? Misschien is het dit: laat de schuldvraag los. Stop met het ondervragen van de nacht. God is niet in de storm van de schuld; Hij is in de zachte bries van de genade. Wanneer u zich vandaag eenzaam voelt, of wanneer het verdriet u overvalt, kijk dan naar het kruis. Niet als een teken van dood, maar als een teken van de liefde die alles heeft overwonnen. Zoek naar dat licht, die vrede, die glimlach van Ben die nu schijnt in het licht van Christus. Hij is daar, in de eeuwigheid, en hij wacht op u. Hij is uw voorspreker, samen met de heiligen. Ben is nu in het gezelschap van de heiligen. Hij is veilig. Hij is gelukkig. En hij houdt van u met een liefde die sterker is dan de dood.
Benjamin Đại Dương, jouw naam betekent 'Grote Oceaan'. Jouw liefde is als die oceaan: ze is diep, ze is onmetelijk, en ze blijft stromen. Je bent nu een engel in de hemel, biddend voor ons allemaal. Rust in die volmaakte vrede, lieve Benjamin. Wij dragen je in ons hart, totdat de dag komt dat we elkaar weerzien in het licht dat nooit ondergaat. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Gaat heen in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.