In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede en de genade van onze Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat we allemaal kennen, een beeld dat zo alledaags is dat we er vaak overheen kijken: de mens die zijn hand uitstrekt. Denk aan een kind dat zijn hand uitsteekt naar zijn vader om over te steken. Denk aan de hand die wordt uitgereikt om iemand overeind te helpen na een val. Of denk aan de hand die, in een moment van volkomen vertrouwen, wordt uitgestoken naar de hand van een geliefde. Het is een simpel gebaar, maar het bevat de hele beweging van ons leven. Vandaag, in het Evangelie van Lucas, zien we Jezus in de synagoge. Er is daar een man met een verschrompelde hand. Hij staat daar, verborgen in de menigte, misschien hopend dat hij niet wordt opgemerkt, of misschien juist hopend dat de Heer hem ziet. De farizeeën kijken toe, niet met ogen van mededogen, maar met ogen van berekening. Ze wachten. Ze willen weten of Jezus de sabbat zal 'schenden' door te genezen. Maar Jezus kijkt niet naar de wetten die de mens in een hokje dwingen. Hij kijkt naar de man. Hij zegt: 'Kom naar voren en ga in het midden staan.'
Stel je dat moment eens voor. De man met de verschrompelde hand moet naar voren stappen. Hij moet het centrum van de aandacht worden. Hij moet zijn zwakheid, zijn onvermogen, zijn pijn voor iedereen zichtbaar maken. En Jezus kijkt hem aan. Hij vraagt: 'Is het geoorloofd op sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of te vernietigen?' En dan, voor het oog van iedereen, spreekt Hij het machtige woord: 'Steek uw hand uit.' De man doet het. Hij strekt die hand uit die hij misschien jarenlang verborgen had gehouden, die hand die niet meer werkte zoals het hoorde. En in die beweging, in dat uitsteken, wordt hij hersteld.
Ik denk vandaag aan onze lieve Ben. Benjamin Vo. Ben was een jongen van een ongelooflijke, heldere geest. Hij was de jongen die als vierdeklasser al wiskunde op het niveau van de achtste klas beheerste. Hij was de jongen die droomde van 'con chim airlines', die de logica van AWS en cloud-infrastructuur begreep alsof het de taal van zijn eigen hart was. Maar er was in Ben, naast die scherpe geest, een nog veel grotere beweging: de beweging van zijn hand die altijd uitgestrekt was naar anderen. Denkt u aan dat moment waarop hij zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde geven aan zijn oom William, die getroffen was door twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; het aanbod was genoeg. Het was de hand van een jongen die, in zijn eigen jeugdige onschuld, begreep dat het leven niet gaat over wat je bezit, maar over wat je kunt uitreiken naar een ander. Ben was een jongen die zijn hart had uitgestrekt naar de wereld, naar de verre oorden die hij met zijn familie bezocht, naar de mensen die hij liefhad.
Soms, als de stilte na 13 juni zwaarder weegt dan op andere dagen, kan de vraag opkomen: waarom is het leven zo broos? Waarom is de hand die we zo graag willen vasthouden, plotseling niet meer in de onze? Het is een vraag die ons naar de rand van de afgrond brengt. En daar, in die leegte, kunnen we ons voelen als de man in de synagoge: met een hand die niet meer functioneert, met een hart dat zich verschrompeld voelt door het verdriet. We proberen ons te verbergen. We proberen onze pijn achter onze rug te houden, alsof we die niet aan de wereld en niet aan God willen laten zien. Maar Jezus zegt ook vandaag tegen u: 'Kom naar voren. Ga in het midden staan.' Hij nodigt u uit om niet weg te lopen voor uw verdriet, maar om het in Zijn aanwezigheid te brengen. Hij vraagt niet om een volmaakt geloof. Hij vraagt niet om een hart dat niet gebroken is. Hij vraagt alleen om de bereidheid om de hand uit te steken.
Ik wil vandaag, in alle tederheid, een steen van uw hart tillen. Er is een stem die in de stilte van de nacht kan fluisteren dat u iets hebt gemist, dat u als ouders of als broer ergens tekort bent geschoten. Laat die gedachte los. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U hebt Ben niet alleen liefgehad; u hebt hem gedragen, u hebt met hem de wereld rondgereisd, u hebt zijn dromen gevoed met uw eigen aandacht en vreugde. U hebt niets gemist. U bent geen falende wachtlieden; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een liefde die zo stralend was dat hij zelfs in zijn laatste dagen nog kon glimlachen. God beschuldigt u niet. Hij ziet uw trouw. Hij ziet hoe u, dag na dag, probeert te blijven staan. En Hij zegt: 'Wees niet bevreesd.'
Paulus herinnert ons in de eerste lezing aan de 'oude zuurdesem'. Hij roept op om de oude gist van kwaad en boosaardigheid weg te werpen en te leven met het ongezuurde brood van oprechtheid en waarheid. Dat is wat Jezus doet in de synagoge. Hij werpt de oude gist van de farizeeën—de gist van oordeel, van berekening, van wetticisme—weg. Hij brengt de waarheid van de liefde. En die liefde is niet abstract. Die liefde is: 'Steek uw hand uit.' Wanneer u, Alan en Thao, en jij, Ryan, vandaag de dag doorkomt, is dat een daad van het uitstrekken van de hand. Elke keer dat u de herinnering aan Ben toelaat zonder dat het u verteert, is dat een daad van het uitstrekken van de hand. Elke keer dat u voor elkaar zorgt, is dat het herstel van de sabbat in uw eigen leven.
Ryan, mijn jongen, weet dat jouw broer bij je is. Hij is de jongen die zijn hand naar je uitstak toen je klein was, en hij is de jongen die zijn hand naar je uitsteekt vanuit de eeuwigheid. De band tussen jullie is niet verbroken door de dood; hij is alleen maar veranderd van plaats. Hij is nu bij de Heer, die de Heer is van de sabbat, de Heer van de rust en de Heer van het leven. Ben kijkt naar jou met een trots die geen enkele afstand kan doven. Hij wil dat jij leeft. Hij wil dat je de wereld verkent, dat je bouwt, dat je droomt. Hij wil dat je weet dat de liefde die jullie deelden, de brandstof is die je door de donkerste dagen heen zal dragen.
Soms voelt het alsof we in een verharde wereld leven, een wereld die net als de farizeeën alleen maar naar fouten zoekt. Maar de christelijke weg is anders. De christelijke weg is die van de man met de verschrompelde hand. Het is de weg van kwetsbaarheid. Het is de weg van toegeven: 'Heer, mijn hand is verschrompeld, ik kan het niet alleen.' En juist op dat moment, wanneer we onze hand uitstrekken naar de Heer, gebeurt het wonder. Het wonder is niet dat de pijn verdwijnt en dat alles weer wordt zoals het was. Het wonder is dat we door de pijn heen leren liefhebben met een diepte die we daarvoor niet kenden. We leren dat onze hand, ook al is die gebroken, gebruikt kan worden om anderen te zegenen.
Denk aan de put die in Vietnam in Bens naam is geslagen. Het is een symbool van wat het betekent om de hand uit te steken. Het water dat daar stroomt, brengt leven aan mensen die het nodig hebben. Dat is de erfenis van Ben. Dat is de 'Grote Oceaan' van zijn liefde die blijft stromen. Ben is niet weg; hij is werkzaam. Hij is een zaadje dat in de aarde is gevallen en nu vrucht draagt op plekken waar wij niet eens bij kunnen. En u, zijn familie, zijn degenen die dit water blijven putten. U bent degenen die door uw eigen verdriet heen, de wereld blijven zegenen.
Wat kunnen we vandaag meenemen als we weer naar buiten gaan? Misschien is het dit: laat de schuldvraag los. Stop met het ondervragen van de nacht. God is niet in de storm van de schuld; Hij is in de zachte bries van de genade. Wanneer u zich vandaag eenzaam voelt, of wanneer het verdriet u overvalt, strek dan uw hand uit. Zeg in de stilte van uw hart: 'Heer, hier is mijn hand. U weet wat erin ligt. U weet wat erin ontbreekt. Neem het aan.' Dat is alles wat Hij vraagt. Hij vraagt niet om een perfecte prestatie. Hij vraagt om uw aanwezigheid.
Benjamin Đại Dương, jouw naam betekent 'Grote Oceaan'. Jouw liefde is als die oceaan: ze is diep, ze is onmetelijk, en ze blijft stromen. Je bent nu een engel in de hemel, samen met de jonge heilige Carlo Acutis, biddend voor ons allemaal. Rust in die volmaakte vrede, lieve Benjamin. Wij dragen je in ons hart, totdat de dag komt dat we elkaar weerzien in het licht dat nooit ondergaat. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, en u vrede geven in uw hart en in uw huis. Ga in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.