In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Moge de genade en de vrede van God onze Vader en de Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Soms begint een dag niet met een groot gebaar, maar met de simpele vaststelling dat we de wereld door een spiegel zien. Paulus schrijft in de eerste lezing aan de Korintiërs: 'Nu kijken wij nog in een spiegel, vaag en raadselachtig, maar straks zien wij van aangezicht tot aangezicht.' Dat is de waarheid van ons bestaan. We lopen rond met vragen die aan ons knagen, we proberen de contouren van Gods plan te ontcijferen in de mist van ons eigen verdriet, en we stuiten telkens weer op die grens waar ons menselijk verstand ophoudt en het mysterie begint.
Denk aan de manier waarop we naar de wereld kijken. We zijn vaak als de mensen in het Evangelie van vandaag, die Jezus vergelijken met kinderen op de marktplaats. De een speelt de fluit en verwacht dat de ander danst; de ander zingt een klaaglied en verwacht dat de ander weent. We hebben onze eigen verwachtingen van hoe het leven zou moeten lopen. We tekenen lijnen uit voor onze kinderen, voor onze toekomst, voor de mensen die we liefhebben. En als het leven dan een andere wending neemt, als de muziek plotseling stopt of verandert in een toon die we niet herkennen, dan raken we in verwarring. We vragen ons af: waarom? Waarom is dit pad zo anders dan wat ik had gehoopt?
Benjamin Vo was een jongen die de wereld met een ongekende helderheid bekeek. Hij was een jongen van logica, van wiskunde, van de complexe architecturen van de cloud. Hij hield van de precisie van een Boeing 737, van het geluid van de motoren en de strakke lijnen van een vluchtplan. Ben had die gave om naar de wereld te kijken en te zien hoe alles met elkaar verbonden was. Hij was een jongen die, zelfs in zijn korte leven, al een diep begrip had van wat er werkelijk toe doet. Hij was niet iemand die bleef steken in de oppervlakkige ruis. Hij was de jongen die, toen zijn oom William ziek werd, spontaan zijn hele spaarpot wilde aanbieden. Hij hoefde die spaarpot niet te breken, hij hoefde hem niet te legen; het aanbod zelf, de bereidheid om alles wat hij had weg te geven voor iemand van wie hij hield, dat was de essentie van zijn ziel. Dat is de liefde waar Paulus over spreekt: 'De liefde is geduldig en vol goedheid; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij zoekt zichzelf niet.'
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er nu anders uitziet. De spiegel waar Paulus over spreekt, voelt soms als een muur. De stilte in huis is niet zomaar stilte; het is een aanwezigheid die herinnert aan wat er niet meer is. Het gemis van Ben, dat nu drie maanden geleden is begonnen, is geen abstracte gedachte. Het is het lege stoeltje, het ontbreken van die 'Goedemorgen, pap' die elke dag zo trouw klonk, de stilte in de kamer waar voorheen de dromen over 'con chim airlines' werden gesmeed. Het is een pijn die zich nestelt in de kleine dingen van de dag.
Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die vraagt of u iets hebt gemist. Was er een teken dat u niet zag? Had u ergens anders moeten kijken? Ik wil vandaag die steen van uw hart tillen met de kracht van het Evangelie. Jezus werd door zijn tijdgenoten beschuldigd van alles en nog wat, omdat Hij niet paste in hun hokjes. Ze begrepen Hem niet. Maar God beschuldigt u niet. Ziekte is nooit een straf en nooit het gevolg van iets dat u wel of niet hebt gedaan. U bent geen falende wachters; u bent de liefdevolle ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. U hebt hem de wereld gegeven, u hebt met hem de grotto’s van Lourdes bezocht en de straten van de wereld verkend. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt.
Kijk naar de heiligen die we vandaag vieren, Cornelius en Cyprianus. Zij leefden in een tijd van grote verwarring en vervolging. Zij wisten wat het was om te lijden, om onbegrepen te worden, om alles achter te laten. Maar zij wisten ook dat de liefde nooit vergaat. Paulus zegt het zo krachtig: 'De liefde vergaat nooit.' Dat is niet zomaar een mooie zin voor op een kaartje. Dat is een ontologische waarheid. De liefde die tussen Ben en zijn familie bestond, die is niet gestopt op 13 juni. Die liefde is opgenomen in de liefde van God zelf. Ben is niet verloren gegaan in de mist van de dood; hij is aangekomen bij de bron van alle liefde. Hij ziet nu niet meer vaag in een spiegel, maar van aangezicht tot aangezicht. Hij kent nu de antwoorden op alle vragen die hij in zijn briljante geest had, en hij weet dat hij veilig is.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen op de bank zaten, of aan die dag in Londen toen jullie samen naast die rode bus stonden. Die momenten zijn niet voorbij; ze zijn bewaard in de eeuwigheid. Jouw broer is niet weg. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij leeft met dezelfde moed en nieuwsgierigheid die hij had. Hij is jouw voorspreker. Hij wil dat jij de wereld ontdekt, dat je bouwt, dat je droomt. En als je je soms alleen voelt, weet dan dat die band tussen broers sterker is dan de dood. Hij loopt met je mee, in de stilte en in de vreugde van de dag.
We mogen ook denken aan de manier waarop Bens liefde blijft werken in de wereld. Die waterput in Cà Mau, die in zijn naam is geslagen, is een prachtig teken. Zijn naam, Đại Dương, betekent 'Grote Oceaan'. Hoe treffend is dat? Zijn liefde was niet beperkt tot zijn eigen leven; ze stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de spiegel vaag is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst.
U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. De heiligen die we vandaag vieren, staan naast u. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus. Ga heen in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.