In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Mogen de vrede en de nabijheid van onze Lieve Heer Jezus Christus, die met ons meetrekt door elk verdriet, met u allen zijn.
Heer Jezus, Gij zijt de man van smarten, die onze zwakheid hebt gedragen: Heer, ontferm U over ons. Christus, Gij staat aan de voet van elk kruis waar een mens gebukt gaat: Christus, ontferm U over ons. Heer, Gij brengt het licht dat de donkerste nacht overwint: Heer, ontferm U over ons.
Soms begint een verhaal niet met een groot woord of een theorie, maar met een stilte die plotseling heel zwaar aanvoelt. Je stapt een kamer binnen, je ziet een paar schoenen die daar onaangeroerd blijven staan, of je hoort ergens in huis een geluid waarvan je even denkt dat het van hem is. Het leven gaat door, de zon schijnt op de stoep, de treinen rijden af en aan, en toch staat de tijd op sommige dagen volkomen stil. Je hoeft vandaag geen sterke woorden te hebben om hier te zijn. Het is genoeg dat je hier bent, met al je vermoeidheid, met dat stille gemis dat nooit helemaal weggaat, en met de vragen die zo vaak onbeantwoord blijven.
Vandaag herdenken we Onze-Lieve-Vrouw van Smarten. En als we naar dat oude beeld kijken – een moeder die staat onder het kruis, waar haar zoon hangt – dan zien we geen verre theologie. We zien een moeder. We zien Maria, die haar kind vasthoudt in de bitterste uren die een mens kan meemaken. Er is een beeld in de Schrift dat daar precies bij past, uit het Evangelie van Johannes: 'Staande bij het kruis van Jezus waren zijn moeder...' Ze liep niet weg. Ze schreeuwde het niet uit van woede tegen de lucht; ze stond er gewoon. Ze bleef trouw aan de liefde, ook toen die liefde haar het meest deed pijndoen. Dat is het beeld dat we vandaag meedragen: het beeld van iemand die standhoudt in het uur van de storm, omdat de liefde sterker is dan de dood.
We mogen daar ook denken aan onze lieve Ben, aan onze Benjamin. Drie maanden geleden ging hij naar huis, naar de Heer. Als we aan hem denken, hoeven we geen grote lijsten te maken van wat hij allemaal deed, maar we mogen even stilstaan bij die ene, prachtige kant van wie hij was: zijn diepe, onbevangen tederheid en zijn scherpe, levendige geest. Ben was een jongen die de wereld wilde begrijpen. Hij hield van de logica van wiskunde, van de complexiteit van systemen, en van vliegtuigen die de lucht kozen – hij droomde er zelfs van om ooit zijn eigen luchtvaartmaatschappij te beginnen, 'con chim airlines', en hij giechelde zachtjes als hij daarover vertelde. Hij was een jongen die de dingen wilde laten vliegen, die vooruitkeek met de wijsheid van iemand die zag dat de horizon groter is dan onze dagelijkse beslommeringen. En tegelijk was hij zo ongelooflijk lief voor de mensen om zich heen. Denk aan dat moment dat hij, toen zijn oom William getroffen werd door twee beroertes, spontaan zijn hele spaarpot wilde aanbieden om te helpen. Hij hoefde die spaarpot niet te breken, het geld was er niet eens voor nodig, maar het *aanbod* was er. Een jongen van vijftien die ongevraagd alles wat hij had op tafel wilde leggen voor iemand die Hij liefhad. Dat is de ziel van Benjamin. Dat is de liefde die niet berekent, maar die onvoorwaardelijk geeft.
En toch moeten we de waarheid durven spreken over de pijn die er is. Want liefhebben zo diep betekent ook dat het gemis even diep snijdt. Voor Alan en Thao, die dagen en nachten dragen die zo oneindig lang kunnen lijken; voor Ryan, die zijn broer mist bij alles wat hij doet – in de stilte van de kamer, bij de dingen die ze vroeger samen deelden. Soms kan er in de stilte van de nacht een stem opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U hebt Ben gedragen, u hebt met hem gereisd, u hebt zijn lach gevoed, u hebt hem omringd met een liefde die zijn korte leven tot een stralend licht heeft gemaakt. U bent niet te kort geschoten. God beschuldigt u niet; Hij omringt u met Zijn tederste genade. Laat die schuld los, en laat u vallen in de armen van een God die zelf weet wat het is om een kind te verliezen.
Daar breekt het Evangelie door. Want kijk naar Paulus in de eerste lezing, waar hij spreekt over het Lichaam van Christus: 'Zoals een lichaam één is en vele leden heeft, en alle leden van dat één lichaam, hoe vele ook, toch één lichaam zijn, zo ook Christus.' Paulus herinnert ons eraan dat we niet los van elkaar bestaan. Wij zijn verbonden. Wanneer het lichaam pijn doet, voelt het hele lichaam het. En als Ben nu leeft in de heerlijkheid van de hemel, dan is hij niet ver weg; hij is opgenomen in datzelfde mystieke Lichaam. Hij is verbonden met ons door de gemeenschap van de heiligen. Zoals vader Alan in die droom merkte, toen Ben hem zei: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết... Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ' – 'Vader, ik ben door elke test heen gekomen... Maakt u zich geen zorgen, ik zal over jullie waken.' Die woorden zijn geen fantasie; het is de echo van de eeuwigheid die binnenkomt in onze slaap, het is de stem van een zoon die zijn ouders wil troosten.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen waren, aan de achtbanen die jullie beleefden, aan de stilte die er nu is. Jouw broer vergeet je niet. Hij loopt met je mee. Hij is de jongen die nu vanuit de hemel naar je lacht en wil dat jij je dromen najaagt, dat je bouwt, dat je leeft met dezelfde moed waarmee hij de wereld tegemoet trad. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwigheid zelf.
En denk aan die kleine tekens van liefde die blijven stromen in zijn naam – zoals de waterput in Cà Mau, Vietnam, die in zijn naam is geslagen zodat dorstige mensen te drinken hebben. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde is niet gestopt op de dag dat hij stierf; die liefde stroomt door, als helder water dat dorstige mensen laaft, als een goed woord dat ergens wordt gesproken, als een herinnering die een glimlach brengt op een plek waar tranen waren.
Wanneer we straks weer naar buiten gaan, de wereld in die zo vaak luid en veeleisend is, laten we dan één ding meenemen. Laat het verdriet er zijn, maar laat het gedragen worden door de hoop. Kijk naar het kruis, en zie daaraan niet de dood, maar de armen van God die wijd openstaan om u op te vangen. Lieve Ben, rust in vrede bij de Heer, samen met de heiligen en al degenen die ons zijn voorgegaan. En moge de moeder van smarten, die zelf elk verdriet heeft gekend, u allen bewaren onder haar mantel van vrede, Vandaag en op alle dagen die nog komen. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en u bewaren, en u de vrede geven die alle begrip te boven gaat. In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.