In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Mogen de genade en de vrede van onze Heer Jezus Christus, die ons door het geloof heeft vrijgekocht, met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, in de stille uren van deze oktoberochtend, als een zachte baken door mijn gedachten gaat. Het is de herinnering aan een zonnige treinreis, vastgelegd in een simpel moment dat zoveel zegt. Benjamin zit daar, bijna vijftien jaar oud, met zijn honkbalpet op, rustig en peinzend kijkend naar het landschap dat voorbijtrekt. Naast hem zit zijn broer Ryan, en even verderop tuurt een kleine neef of nicht even om met een schitterende glimlach. Het is een moment van reizen, van onderweg zijn, van de wereld bekijken door de ramen van een trein die door het land glijdt. Ben hield van beweging; hij hield van de horizon, van de logica van kaarten, van de vliegtuigen die hij zo goed kende. Hij was een jongen die de wereld wilde ontdekken, niet uit rusteloosheid, maar uit een mateloze nieuwsgierigheid naar wat God in dit universum allemaal had neergezet.
En als we dan luisteren naar de eerste lezing van vandaag, uit de brief van Paulus aan de Galaten, horen we diezelfde toon van een grotere reis. Paulus spreekt over Abraham, de man die op weg ging op grond van een belofte die hij nog niet kon zien. Hij schrijft: 'De rechtvaardige zal leven door het geloof.' Het gaat in het geloof niet om het afvinken van regels of het opstapelen van menselijke verdiensten, alsof de hemel een systeem is dat we met de juiste code kunnen ontgrendelen. Nee, Paulus snijdt dwars door al dat uiterlijke vertoon heen en wijst naar iets heel anders: de genade. Christus heeft ons vrijgekocht door zelf de vloek van het hout te dragen, opdat de zegen van Abraham tot alle volken zou komen en wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof. Het is een reis die niet begint bij onze eigen kracht, maar bij de uitgestrekte hand van een Vader die ons roept.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, die reis de voorbije maanden zo oneindig zwaar is geworden. Het is nu ongeveer drie maanden geleden sinds die dertiende juni 2026. Soms voelt het huis aan als die trein waarvan de ramen zijn beslagen en de wereld buiten onzichtbaar is geworden. De leegte aan de tafel, de stilte in de kamer waar zijn computer en zijn boeken staan — het zijn van die harde werkelijkheden die geen enkele theologie direct verzacht. Soms bekruipt u in de vroege ochtend, wanneer de slaap nog in uw ogen zit, de vraag: hadden we iets anders moeten doen? Heb ik ergens een aanwijzing gemist?
Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die zware steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun ziel hebben liefgehad. U bent geen wachters die hebben gefaald; u bent de ouders die Benjamin met een grensverleggende toewijding hebben omringd, die met hem de wereld hebben rondgereisd en hem in de armen hebben gesloten tot het uiterste. U hebt niets gemist. God houdt van u met een liefde die al uw slapeloze nachten en al uw stille tranen kent. Ziekte en lijden komen soms binnen in ons menselijk bestaan zonder dat er een menselijke schuld aan te pas komt; het is geen gevolg van iets wat u deed of naliet. Laat die onterechte last los. U bent absoluut vrij van die zelfverwijten. God rekent u niets aan; Hij vangt u op.
Kijk dan naar het Evangelie van vandaag. Het is een scherpe, haast indringende passage uit Lucas. Jezus drijft een duivel uit, en de mensen reageren met argwaan en verdeeldheid. Ze vragen om een teken uit de hemel, alsof wat voor hun ogen gebeurt nog niet genoeg is. En Jezus antwoordt met beelden die snijden: een huis dat in zichzelf verdeeld is, kan niet standhouden. Hij spreekt over de sterke man die zijn paleis bewaakt, totdat er iemand komt die nog sterker is — iemand die de wapens afneemt en de buit verdeelt.
Het is dat beeld van de sterke man, van de bewaker, dat ons vandaag stilzet. Soms proberen we ons leven, ons verdriet, onze herinneringen te bewaken met sloten en muren. We proberen de pijn buiten te houden of juist vast te houden, alsof we met onze eigen wil de controle kunnen behouden over de chaos van een gebroken wereld. Maar Jezus herinnert ons eraan dat er een Kracht is die groter is dan onze verdediging. Er is Oneindige Liefde die sterker is dan de dood.
Denk aan Benjamin. Denk aan die prachtige, onbaatzuchtige kant van hem. Zoals die keer dat hij, nog maar vijftien jaar oud, aan zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde afstaan om zijn oom William te helpen, die getroffen was door twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet eens te breken; het was niet nodig omdat de zorg er al was en de medische weg geregeld was. Maar het ging om het gebaar zelf. Een jonge jongen die ongevraagd, volkomen vanzelfsprekend, bereid was om alles wat hij bezat in te leveren voor iemand van wie hij hield. Dat was geen berekende liefde; dat was de puurste vorm van naastenliefde die door een kinderziel stroomde.
Dat is de spiegel waarin Jezus ons vandaag laat kijken. Niet de hardheid van de wet, niet de verdeeldheid van de menigte, maar de bereidheid van het hart om alles los te laten voor de liefde. Ben leefde zo. Hij gaf zijn lach, hij deelde zijn dromen over de luchtvaart — over die zelf bedachte 'con chim airlines' waar hij zo vrolijk en giechelend over kon vertellen — en hij gaf zijn genegenheid zonder terughoudendheid aan zijn familie.
En nu is hij zelf op die grote reis, waar die treinen en vliegtuigen niet meer nodig zijn omdat hij rechtstreeks in de aanwezigheid is van de Vader. Denk aan de droom van zijn vader, waarin Ben verscheen in zijn groene short, stralend en gezond, en zei: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết — Papa, ik ben voor alle tests geslaagd.' Ja, hij is geslaagd! Hij is thuis.
Ryan, mijn jongen, jouw broer Benjamin is niet ver weg. Wanneer je kijkt naar de dingen die jullie deelden, naar de herinneringen aan jullie reizen, weet dan dat de band tussen broers sterker is dan de graven van deze aarde. Hij wil dat jij leeft met diezelfde open blik, dat jij de wereld ontdekt en durft te dromen. Hij is jouw grote broer in de eeuwigheid.
Wat mogen we vandaag meenemen als we straks de deuren van deze kerk uitstappen? Laat de schuld los. Laat de angst varen. Vraag om de Geest van liefde, en vertrouw erop dat God geen steen geeft als wij om brood vragen. Benjamin glimlacht naar jullie vanuit het licht, rustend in de vrede van Christus en onder de mantel van Onze Lieve Vrouw. Blijf ademhalen, blijf liefhebben, en weet dat de liefde nooit vergaat. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Mogen de Heer u zegenen en u bewaren; moge Hij zijn aanges thumbnailUrl over u doen lichten en u vrede geven, in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.