In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, bij u zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, in de zachte stilte van deze herfstdag, als een baken door mijn gedachten gaat. Het is een foto van Benjamin Vo en zijn broer Ryan, zittend in de schaduw van een tent op een zonnige dag. Zes jaar oud is Benjamin daar, zijn gezicht vol van die onbevangen, warme nieuwsgierigheid die hem altijd zou blijven kenmerken. Hij houdt de tent vast met een stevige greep, alsof hij de wereld om zich heen wil verankeren, terwijl Ryan naast hem zit, tevreden in de nabijheid van zijn grote broer. In dat eenvoudige, alledaagse moment ligt de essentie van wat het betekent om een naaste te zijn: er simpelweg zijn, de ander vasthouden, en de wereld een beetje veiliger maken door je aanwezigheid.
Benjamin was een jongen die de wereld bekeek met een briljante, analytische geest. Hij was de jongen die droomde van de logica van de luchtvaart, die met een giechel en een fonkeling in zijn ogen sprak over zijn eigen 'con chim airlines', en die de cloud-infrastructuur van de toekomst al in zijn vingers had. Maar in zijn hart was hij altijd die jongen onder de tent, de jongen die wist dat het leven, hoe complex het ook kan lijken in wiskunde of technologie, uiteindelijk draait om de eenvoud van liefde en de bereidheid om er voor de ander te zijn.
In de eerste lezing van vandaag horen we de apostel Paulus die met een bijna vurige verontwaardiging spreekt tot de Galaten. Hij is verbaasd dat zij zich zo snel laten afleiden van de genade van Christus. Hij waarschuwt hen voor een 'ander evangelie' dat eigenlijk geen evangelie is. Hij vraagt hun: 'Zoek ik nu de gunst van mensen of van God?' Het is een vraag die ons allemaal raakt. In een wereld die ons vaak vraagt om te presteren, om te voldoen aan verwachtingen, om de 'gunst' van anderen te winnen, herinnert Paulus ons eraan dat onze enige roeping is om slaven van Christus te zijn. Dat betekent: leven in de waarheid, ongeacht wat de wereld ervan vindt.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er sinds die dertiende juni 2026 fundamenteel anders uitziet. Het is drie maanden geleden. De stilte in huis is soms een zware gast, en de leegte aan de tafel is een realiteit die niet in woorden te vangen is. Soms, in de stille uren van de nacht, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last. U bent de ouders die hem de wereld hebben laten zien, en die liefde is in de eeuwigheid verankerd.
Kijk nu naar het Evangelie. Jezus vertelt de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Het is een verhaal dat begint met een vraag: 'Wie is mijn naaste?' De wetgeleerde wilde zichzelf rechtvaardigen. Maar Jezus draait de vraag om. Hij vraagt niet wie onze naaste is, maar wie wij zelf zijn voor degenen die lijden. De priester en de Leviet passeren de gewonde man aan de andere kant van de weg. Ze hadden hun redenen, hun rituelen, hun wetten. Maar de Samaritaan, een buitenstaander, werd 'bewogen door mededogen'. Hij stopte. Hij verzorgde de wonden met olie en wijn. Hij tilde de man op zijn eigen dier en bracht hem naar een veilige plek. Hij bood aan om voor alle kosten op te draaien.
Denk aan Benjamin. Denk aan dat moment dat hij zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William, die zo zwaar te lijden had. Hij hoefde die spaarpot niet te breken, hij hoefde hem niet te legen; het was het aanbod zelf, de bereidheid van een vijftienjarige om alles wat hij had weg te geven voor iemand van wie hij hield, dat de kern van zijn ziel blootlegde. Dat was geen wiskundige berekening; dat was de taal van het hart, de taal van Christus. Dat is wat God ziet. Hij kijkt niet naar de lengte van de dagen, maar naar de diepte van de liefde die in die dagen is verweven. Dat aanbod was geen 'ander evangelie'; het was de pure uitdrukking van de liefde van Christus die in Benjamin leefde.
Soms, als we verdrietig zijn, voelen we ons als die gewonde man langs de weg. We voelen ons verlaten, halfdood, wachtend op iemand die stopt. Maar weet dit: Jezus is de Samaritaan die bij u is gekomen. Hij is degene die uw wonden verzorgt met de olie van zijn genade en de wijn van zijn troost. Hij is degene die u optilt wanneer u zelf niet meer kunt lopen. Hij is degene die belooft: 'Ik zal voor je zorgen, en alles wat je tekortkomt, zal Ik vergoeden wanneer Ik terugkom.' Dat is de belofte van de opstanding. Dat is de hoop die ons rechthoudt.
Ryan, mijn jongen, jouw broer Benjamin is niet weg. Hij is de jongen die met je meelacht wanneer je naar de vliegtuigen kijkt, die met je meedroomt over die verre bestemmingen. De band tussen jullie is zo diep dat de dood er geen vat op heeft. Hij wil dat jij leeft, dat jij de wereld verkent met diezelfde nieuwsgierigheid die jullie samen deelden. Hij is jouw voorspreker bij de Heer. Wanneer je je alleen voelt, weet dan dat hij aan de andere kant van de sluier is, en dat jullie verbonden zijn in de liefde van God.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht, zoals het schone water dat nu in Cà Mau stroomt, een teken dat zijn liefde blijft stromen voor mensen die hij nooit heeft gekend. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, en moge zijn aangezicht over u lichten en u vrede geven. Ga in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.