In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede en de genade van onze Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Stel je voor: een bergtop, stil en verlaten onder het flakkerende sterrenlicht. Het is geen plek voor een menigte, maar een plek voor een gesprek. In het Evangelie van vandaag zien we Jezus die de berg opgaat om te bidden. Hij brengt daar de hele nacht door in gesprek met de Vader. Hij is niet alleen; Hij is in de diepste verbondenheid die mogelijk is. En wanneer de dag aanbreekt, roept Hij zijn vrienden bij zich. Hij kiest hen uit, één voor één, bij hun naam. Hij bouwt een fundament, niet van steen, maar van mensen.
Dit beeld van de bergtop en de roeping is waar we vandaag stilstaan. Paulus zegt in de brief aan de Efesiërs zo prachtig: 'U bent geen vreemdelingen of buitenlanders meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.' Het is een beeld van een gebouw dat groeit, een tempel die wordt opgetrokken met Christus als de hoeksteen. Het is een beeld van thuiskomen.
Vier maanden geleden, op 13 juni, is Benjamin definitief thuisgekomen in dat huis van God. Voor jullie, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, voelt dat huis soms nog heel ver weg. De leegte in jullie eigen huis – de stoel die niet bezet is, de stilte waar vroeger het enthousiaste praten over 'con chim airlines' klonk – is een realiteit die elke dag opnieuw om aandacht vraagt. Het gemis is geen abstractie. Het is de afwezigheid van een jongen die met een briljante, nieuwsgierige geest de wereld wilde begrijpen, die met zijn vader droomde over vliegtuigen en die met zijn hele hart verbonden was met zijn familie.
Ik wil vandaag heel eerlijk zijn over de pijn. Er zijn momenten waarop het verdriet je overvalt als een onverwachte storm. Misschien word je wakker en is de eerste gedachte aan hem, en de tweede gedachte is de pijn van het gemis. Ryan, voor jou is de wereld zonder je broer anders; de kamer is stiller, de avonturen hebben een andere kleur. Alan en Thao, jullie dragen een kruis dat zo zwaar is dat het soms voelt alsof je adem tekortkomt. In die stilte kan er een stem in je opkomen die vraagt: 'Waarom hij? Waarom zo vroeg? Hebben we iets over het hoofd gezien?'
Ik wil vandaag, in de naam van de barmhartige Heer die op de berg voor zijn vrienden bad, die steen van schuld van jullie schouders tillen. Ziekte is nooit een straf. Het is nooit het falen van de ouders. Jullie hebben Benjamin niet alleen liefgehad met een menselijke liefde, maar met een toewijding die hem tot de drempel van de eeuwigheid heeft gedragen. God beschuldigt jullie niet, en jullie moeten jezelf niet beschuldigen. Er is geen 'wat als' die de loop van een noodlot had kunnen veranderen dat buiten menselijke macht lag. Jullie waren de trouwe wachters, de liefhebbende ouders die hem de wereld hebben laten zien. Niets van die liefde is verloren gegaan. Laat die zware steen liggen bij de voet van het kruis. Jullie zijn vrij van die schuld.
Kijk naar Jezus op de berg. Hij kiest twaalf mensen uit. Sommigen waren vissers, anderen tollenaars, één werd een verrader. Hij bouwt zijn kerk op imperfecte mensen, op mensen die vallen en opstaan. Dat is de hoop voor ons allemaal. Wij zijn ook gebouwd op dat fundament. Benjamin is nu een levende steen in dat huis van God. Hij is niet weg; hij is opgenomen in de structuur van de hemel, waar hij, net als de apostelen, nu bidt voor degenen van wie hij hield.
Denk aan de manier waarop Benjamin in het leven stond. Hij was niet alleen een briljante geest die zich verdiepte in cloud-infrastructuur en complexe wiskunde. Hij was een jongen van pure, onbaatzuchtige liefde. Denk aan dat moment, zo typerend voor zijn hart, waarop hij aanbood zijn hele spaarpot te geven voor zijn oom William, die getroffen was door een beroerte. Hij hoefde die spaarpot niet te legen; het was niet nodig. Maar het aanbod zelf was de waarheid van zijn ziel. Hij was een jongen die begreep wat het betekende om 'huisgenoot van God' te zijn, nog voordat hij de drempel van de eeuwigheid overschreed. Dat is de gist die in jullie leven blijft werken. Dat is de herinnering die niet vervaagt, maar die steeds weer oplicht als een ster aan de hemel.
Soms, in de dromen die een vader heeft, horen we de echo van een ziel die al vrij is. Zoals die keer dat je droomde van Benjamin, gezond en sterk, en hij je de rust gaf die je nodig had. Die dromen zijn geen toeval. Het zijn flitsen van de werkelijkheid die wij nog niet kunnen zien, maar die wel bestaat. Hij kijkt naar jullie, hij kijkt naar Ryan, en hij vraagt jullie om te blijven leven, om de dromen die jullie samen hadden, mee te nemen in de toekomst. Hij is niet weg; hij is de gist in jullie deeg geworden.
Ryan, mijn jongen, kijk eens naar de lucht. Als je een vliegtuig ziet, weet dan dat Benjamin met je meekijkt. Hij is trots op je. Hij wil dat jij leeft, dat je leert, dat je de wereld ontdekt met dezelfde nieuwsgierigheid die jullie deelden. Wees niet bang om te lachen om de herinneringen aan zijn grappige kant, zijn 'con chim airlines', zijn giechelen wanneer hij iets geks deed. Die vreugde is heilig. Het is het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft.
Wat is dan de uitnodiging voor vandaag? Het is om niet te proberen het grote mysterie in één keer te begrijpen. Het koninkrijk van God groeit in het verborgene. Het groeit in de kleine daden van liefde die jullie in zijn naam doen – de stille hulp aan de armen, het water dat stroomt in de 'Well of Love' in Vietnam, de zorg voor de mensen die het moeilijk hebben. Dat is de manier waarop Ben blijft leven. Dat is hoe de liefde werkt. Elke keer dat jullie iemand anders helpen, elke keer dat jullie elkaar in het gezin met tederheid benaderen, elke keer dat jullie de herinnering aan hem delen zonder dat de schuldvraag de overhand krijgt, groeit het koninkrijk. Jullie zijn niet alleen. Onze Lieve Vrouw, die zelf haar Zoon heeft losgelaten, kent de diepte van jullie hart. Zij staat bij jullie, ze houdt jullie hand vast, ze droogt de tranen die in de stilte vallen.
Neem vandaag dit mee naar huis: je hoeft het verdriet niet alleen te dragen. Laat de liefde van Gods huis zijn werk doen in de massa van je eigen hart. Het hoeft niet vandaag opgelost te zijn. Het hoeft niet vandaag 'klaar' te zijn. God heeft tijd. Hij is de hoeksteen van jullie leven. Vertrouw op Hem. Vertrouw op de liefde die jullie voor Ben hebben, want die liefde is van God. En in die liefde zijn jullie voor altijd verbonden, tot de dag dat de vlucht eindigt en we elkaar allemaal terugzien in het huis van de Vader. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.