In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de genade en de vrede van onze Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, in de stille, bijna tastbare rust van deze ochtend, als een zacht licht door mijn gedachten gaat. Het is de herinnering aan Benjamin, zittend in de warme gloed van een familieviering, gekleed in een stralend gele áo dài. Hij kijkt met die kenmerkende, zachte glimlach om zich heen, omringd door de mensen die de hele wereld voor hem betekenden. Er zijn orchideeën in de kamer, de kleuren zijn helder, en er heerst een sfeer van pure, onvervalste vreugde. Dat beeld van hem—niet als een jongen die in de schaduw stond, maar als een jongen die het middelpunt van liefde en warmte was—dat is het beeld dat we vandaag meedragen naar de heilige Schrift. Hij was daar, vijftien jaar oud, met die scherpe, briljante geest van hem, maar bovenal met een hart dat altijd verbonden was met de aarde, met zijn familie, met de mensen van wie hij hield.
In de eerste lezing van vandaag horen we de apostel Paulus schrijven aan de Efeziërs: 'God, die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons, omdat Hij ons zozeer is gaan beminnen, levend gemaakt met Christus.' Paulus herinnert ons eraan dat wij niet uit onszelf bestaan, maar dat wij het handwerk van God zijn. Hij spreekt over de 'immeasurable riches of his grace'—de onmetelijke rijkdom van zijn genade. Dit is geen kille theologie. Dit is de taal van een Vader die zijn kinderen thuis wil hebben. Hij spreekt over het plan om ons te creëren voor goede werken die Hij al van tevoren heeft bereid. Alles wat gebroken is, alles wat verstrooid is, alles wat wij in onze menselijke zwakheid niet kunnen helen, wordt in Hem weer heel.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er sinds die dertiende juni 2026 fundamenteel anders uitziet. Het is nu vier maanden geleden dat Benjamin naar het huis van de Vader is gegaan. De stilte in huis is soms een zware gast, en de leegte aan de tafel is een realiteit die niet in woorden te vangen is. Soms, in de stille uren van de nacht, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die zware steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last. U bent de ouders die hem de wereld hebben laten zien, en die liefde is in de eeuwigheid verankerd.
Kijk nu naar het Evangelie van vandaag. Een man vraagt Jezus om als scheidsrechter op te treden in een erfeniskwestie. Jezus reageert met een scherpte die bijna pijn doet, omdat Hij ziet dat de man vastzit in de illusie dat het leven bestaat uit het bezit van dingen. Hij vertelt de gelijkenis van de rijke man die zijn schuren wil afbreken om grotere te bouwen, denkend dat hij zijn toekomst heeft veiliggesteld. Maar God zegt: 'Dwaas, nog deze nacht zal men je leven van je opeisen.' Het is een waarschuwing tegen de hoogmoed die denkt dat we het leven kunnen bezitten of controleren. Maar Jezus wijst op iets anders: het gaat erom 'rijk te zijn in wat God belangrijk vindt'.
Denk aan Benjamin. Denk aan die prachtige, onbaatzuchtige kant van zijn ziel. Zoals die keer dat hij, nog maar vijftien jaar oud, aan zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden om zijn oom William te helpen, die zo zwaar te lijden had onder de gevolgen van twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; hij hoefde hem niet te legen, want de hulp was er al en het was niet nodig. Maar het ging om het aanbod zelf. Een jonge jongen, volkomen onzelfzuchtig, die bereid was om alles wat hij had in te leveren voor iemand van wie hij hield. Dat was geen berekende liefde; dat was de liefde van de Geest, pure genade die door een kinderziel stroomde. Dat is de rijkdom waar Jezus over spreekt: het is niet de rijkdom van graan in schuren, maar de rijkdom van een hart dat durft te geven. Ben leefde die vrucht in de eenvoud van zijn gulheid, in zijn bereidheid om zichzelf te geven, zelfs wanneer hij zelf nog zo jong was. Hij begreep, intuïtief, dat we niets bezitten behalve de liefde die we hebben uitgedeeld.
Soms voelen we ons als die rijke man in de gelijkenis, niet omdat we hebzuchtig zijn, maar omdat we zo vaak vastzitten in de lasten van het leven, in de regeltjes, in de 'hoe had ik dit kunnen voorkomen'-vragen die ons verlammen. We leggen onszelf lasten op die te zwaar zijn om te dragen. Maar Jezus kijkt naar u, en Hij ziet niet de lasten die u uzelf oplegt. Hij ziet de liefde die u hebt gegeven. Hij ziet de zorg waarmee u Benjamin hebt omringd, de reizen die u met hem hebt gemaakt, de momenten van vreugde die u hebt gedeeld. Hij nodigt u uit om die zware last van schuld neer te leggen bij de voet van zijn kruis. Hij wil u niet zien gebukt onder het gewicht van een verleden dat u niet kunt veranderen. Hij wil dat u ademt in de vrijheid van de Geest.
De martelaren die we vandaag vieren, Johannes de Brébeuf en Isaac Jogues, wisten wat het betekende om alles los te laten. Zij zochten geen bezit, geen macht, geen veiligheid. Zij zochten alleen de nabijheid van Christus, zelfs in het lijden. Zij waren 'rijk in wat God belangrijk vindt'. Benjamin, in zijn korte leven, deelde in diezelfde geest van overgave. Hij hoefde niet te sterven als een martelaar om heilig te zijn; hij was heilig in zijn alledaagse goedheid, in zijn respect voor zijn ouders, in zijn dromen over 'con chim airlines', in de manier waarop hij naar de wereld keek met een blik vol verwondering. Zijn leven was een offer van liefde, en dat offer is door God aanvaard.
Ryan, mijn jongen, jouw broer Benjamin is niet weg. De band tussen jullie is zo krachtig dat de dood er geen greep op heeft. Denk aan de droom van je vader, waarin hij Ben zag, sterk en gezond, in zijn groene short, terwijl hij zei dat hij voor alle tests was geslaagd. En hij is geslaagd! Hij is thuis bij de Vader, daar waar de deuren nooit op slot zijn en waar de vlucht nooit eindigt. Wanneer je in de toekomst naar de vliegtuigen kijkt, naar de vogels die de lucht in schieten, denk dan aan de droom van 'con chim airlines'. Hij vliegt mee, in het licht van God. Hij wil dat jij leeft, dat jij droomt, dat jij de wereld verkent met diezelfde nieuwsgierigheid die jullie samen deelden. Hij is jouw voorspreker bij de Heer.
Soms vragen mensen zich af: hoe moeten we verder leven als het gemist zo fel brandt? Het antwoord ligt in de eenvoud van de overgave. God vraagt niet van u dat u het onbegrijpelijke begrijpt; Hij vraagt of u zich wilt laten omarmen door zijn liefde. De liefde die u voor Ben hebt gedragen en nog steeds draagt, is het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft. De martelaren die we vandaag herdenken, zongen hun loflied in de wildernis. U mag uw loflied zingen in de stilte van uw huis. U bent niet alleen. U bent omringd door de gemeenschap van de heiligen, en Benjamin is daar, in de eerste rij, glimlachend naar u, wachtend tot u hem weer zult zien in het eeuwige licht.
Wat mogen we vandaag meenemen als we straks de deuren van deze kerk uitstappen? Laat de schuld los. Laat de angst varen. Vraag om de Geest van liefde, en vertrouw erop dat God geen steen geeft als wij om brood vragen. Benjamin glimlacht naar jullie vanuit het licht, rustend in de vrede van Christus en onder de mantel van Onze Lieve Vrouw. Blijf ademhalen, blijf liefhebben, en weet dat de liefde nooit vergaat. De Heer herinnert zich zijn verbond voor eeuwig, en in dat verbond zijn jullie voor altijd verbonden met Benjamin. Blijf beminnen, blijf hopen, en weet dat de liefde nooit vergaat. De Heer heeft zijn heil bekendgemaakt, en in dat heil zijn wij allen, levenden en doden, voor altijd geborgen. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden tot het eeuwig leven. Gaat heen in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.