In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede en de vreugde van de heiligen die voor Gods troon staan, vandaag bij u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Kijk eens naar het beeld dat Johannes ons vandaag in het boek Openbaring schetst: een menigte die niemand tellen kan, uit alle landen, volkeren en talen, staande voor de troon en voor het Lam. Ze dragen witte gewaden en palmtakken in hun handen. Het is een beeld van overwinning, van een rust die eindelijk is gevonden na een lange en zware tocht. Johannes vraagt: 'Wie zijn zij?' En het antwoord is even mysterieus als troostrijk: 'Zij zijn het die gekomen zijn uit de grote verdrukking; zij hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam.'
Stelt u zich die witte gewaden eens voor. Ze zijn niet wit omdat ze nooit vuil zijn geworden; ze zijn wit omdat ze zijn gereinigd. Ze hebben de strijd gekend, de pijn, de moeite van het bestaan, en toch zijn ze nu daar waar geen tranen meer zijn. Vandaag vieren we Allerheiligen. We vieren niet alleen de grote heiligen uit de geschiedenis, de mensen die we in glas-in-loodramen zien, maar we vieren de 'heiligen van de dagelijkse weg'. We vieren de mensen die in alle stilte hun leven hebben geleefd, die hebben liefgehad, die hebben geleden, en die nu in die grote, ontelbare menigte staan. Onder hen is onze Benjamin. Onze Ben.
Het is nu vier maanden geleden dat hij naar het huis van de Vader is gegaan. Wanneer we aan hem denken, zien we vaak zijn glimlach, zijn briljante geest die zich verdiepte in de logica van de wereld, en die zachte, bijna verlegen manier waarop hij naar anderen keek. Benjamin was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met een bijna wetenschappelijke passie keek naar de techniek van vliegtuigen en de oneindige mogelijkheden van de toekomst. Maar hij was ook de jongen die, met een hart van goud, onvoorwaardelijk liefhad. Denkt u eens terug aan dat moment waarop hij, vijftien jaar oud, aan zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde inleveren om zijn oom William te helpen na diens beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te legen; de hulp was er al, het was niet nodig, en de pot bleef gesloten op de plank. Maar het aanbod zelf – die bereidheid van een jongen om alles wat hij bezat weg te geven voor iemand van wie hij hield – dat was de waarheid van zijn ziel. Dat is de 'witheid' van het kleed waar Johannes over schrijft.
Ik weet dat voor Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld soms voelt als een plek waar het licht is gedimd. Het gemis van Ben is geen abstractie. Het is de stoel die leeg is, het is de stilte in de kamer waar voorheen het enthousiaste praten over 'con chim airlines' klonk, het is de leegte in de ochtend wanneer de dag begint. Er zijn momenten waarop het verdriet je overvalt als een storm, en in die stilte kan er een stem in je opkomen die vraagt: 'Waarom? Hebben we iets gemist? Had ik meer moeten doen?'
Ik wil vandaag, in de naam van de Heer die onze smart doorgrondt, die zware steen van schuld en twijfel voorgoed van jullie schouders tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van de ouders. Jullie hebben Benjamin niet alleen liefgehad met een menselijke liefde, maar met een toewijding die hem tot de drempel van de eeuwigheid heeft gedragen. God beschuldigt jullie niet, en Hij vraagt dat jullie jezelf ook niet beschuldigen. Sommige beproevingen in dit leven vallen volkomen buiten elk menselijk bereik; ze komen als een storm uit een heldere hemel, en geen waakzaamheid ter wereld had dat kunnen tegenhouden. Laat die schuld los. Jullie waren de trouwe wachters, de liefhebbende ouders die hem de wereld hebben laten zien. Niets van die liefde is verloren gegaan. Jullie zijn niet tekortgeschoten; jullie hebben alles gegeven.
Kijk naar het Evangelie van vandaag. Jezus gaat de berg op en spreekt de zaligsprekingen uit. 'Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.' Dit is geen makkelijk troostwoord. Het is een belofte die midden in de realiteit van ons verdriet staat. Jezus zegt niet dat het verdriet er niet is, of dat het niet pijn doet. Hij zegt dat het verdriet niet het laatste woord heeft. Hij belooft troost aan degenen die nu de leegte voelen. Hij belooft dat degenen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, verzadigd zullen worden. Benjamin was een jongen die leefde in die geest van de zaligsprekingen – hij was zachtmoedig, hij was zuiver van hart, hij was een vredestichter in zijn gezin.
Denk aan de dromen die jullie hebben gehad. Die dromen waarin Ben verschijnt, gezond en sterk, waarin hij zegt: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết. Con tự thở được bình thường mà… sao con lại bị như vầy?' en waarin de troost volgt: 'Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ.' Die dromen zijn geen toeval. Het zijn vensters die openstaan naar de eeuwigheid. Hij kijkt naar jullie, hij kijkt naar Ryan, en hij vraagt jullie om te blijven leven, om de dromen die jullie samen hadden, mee te nemen in de toekomst. Hij is niet weg; hij is opgenomen in de structuur van de hemel. Hij is nu een van die heiligen in het witte kleed, hij staat voor de troon en hij bidt voor jullie. Hij is de gist in jullie deeg geworden. Hij is de kracht die jullie helpt om elke dag weer op te staan.
Ryan, mijn jongen, kijk eens naar de lucht. Als je een vliegtuig ziet, weet dan dat Benjamin met je meekijkt. Hij is trots op je. Hij wil dat jij leeft, dat je leert, dat je de wereld ontdekt met dezelfde nieuwsgierigheid die jullie deelden. Wees niet bang om te lachen om de herinneringen aan zijn grappige kant, zijn 'con chim airlines', zijn giechelen wanneer hij iets geks deed. Die vreugde is heilig. Het is het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft. Elke keer dat jullie iemand anders helpen, elke keer dat jullie de herinnering aan hem delen zonder dat de schuldvraag de overhand krijgt, groeit het koninkrijk. Jullie zijn niet alleen. Onze Lieve Vrouw, die zelf haar Zoon heeft losgelaten, kent de diepte van jullie hart. Zij staat bij jullie, ze houdt jullie hand vast, ze droogt de tranen die in de stilte vallen.
Neem vandaag dit mee naar huis: je hoeft het verdriet niet alleen te dragen. Laat de liefde van Gods vleugels zijn werk doen in de massa van je eigen hart. Het hoeft niet vandaag opgelost te zijn. Het hoeft niet vandaag 'klaar' te zijn. God heeft tijd. Hij is de Rots waarop jullie leven gebouwd is. Vertrouw op Hem. Vertrouw op de liefde die jullie voor Ben hebben, want die liefde is van God. En in die liefde zijn jullie voor altijd verbonden, tot de dag dat de vlucht eindigt en we elkaar allemaal terugzien in het huis van de Vader. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, en moge Hij u de vrede geven die alle verstand te boven gaat. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.