In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Moge de vrede van onze Heer Jezus Christus, die ons uitnodigt in zijn koninkrijk, met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een heel specifiek beeld dat mij vandaag bijblijft, een beeld dat zo simpel is en toch zo veel zegt over de aard van de liefde. Denk eens aan een handvol gist die in een grote hoeveelheid meel wordt gemengd. Het is een onopvallend proces. Je ziet het niet direct gebeuren, het maakt geen lawaai, het trekt geen aandacht. En toch, in die stilte, in dat verborgen samenspel, verandert de hele massa. Het wordt doorzuurd, het krijgt leven, het wordt iets dat kan groeien en voeden. Vandaag, nu we vier maanden verder zijn sinds Benjamin zijn aardse reis voltooide en de oversteek deed naar het huis van de Vader, voelt het leven voor velen van jullie misschien precies zo: als een proces dat onzichtbaar is, maar dat alles in beweging zet. Jullie dragen het gemis van Ben – die briljante, nieuwsgierige jongen die met zijn geest al de wereld van de luchtvaart en de cloud-technologie verkende – als een gist in jullie eigen hart. Het is een zwaar gemis, zeker, maar het is ook een gist van liefde die jullie leven blijft vormen, zelfs als de wereld om je heen doorgaat alsof er niets is veranderd.
Paulus schrijft in de brief aan de Efesiërs over een mysterie: 'Zo ook moeten de mannen hun vrouw beminnen als hun eigen lichaam.' Hij spreekt over de eenheid tussen Christus en de Kerk, een verbond dat zo diep is dat het niet meer uit elkaar te halen valt. 'De twee zullen één vlees zijn.' Dit gaat niet alleen over een huwelijk; dit gaat over de manier waarop God naar ons kijkt. Wij zijn leden van zijn Lichaam. Wanneer een lid lijdt, lijdt het hele lichaam mee. Wanneer Benjamin – jullie zoon, jullie broer – naar de eeuwigheid is gegaan, dan is dat geen afscheid van het Lichaam van Christus, maar een verandering van plaats binnen datzelfde Lichaam. Hij is nog steeds bij jullie, niet in de fysieke vorm van de jongen die met jullie door de straten van Tokyo of de gangen van het Vaticaan liep, maar als een levend deel van de gemeenschap die wij vormen in het geloof. Het is een mysterie, zoals Paulus zegt, maar het is een mysterie van nabijheid.
Laten we eerlijk zijn over de pijn. Soms is de stilte in huis zo luid dat ze pijn doet. Alan en Thao, er zijn ochtenden waarop het wakker worden aanvoelt als een berg die beklommen moet worden. Ryan, voor jou is de leegte aan de tafel geen abstractie, maar een plek waar vroeger je beste vriend zat, je metgezel bij het spotten van vliegtuigen, degene met wie je de wereld verkende. Het is menselijk om dan te vragen: waarom? Waarom zo jong? Waarom deze weg? En soms, in die kwetsbare momenten, kan er een schaduw van twijfel of schuld over je ziel vallen. Hebben we iets gemist? Hadden we meer moeten doen? Vandaag wil ik die steen, die zware, onnodige steen van schuld, van jullie schouders tillen. Ziekte is nooit een straf van God. Het is nooit het falen van de ouders. Jullie hebben Benjamin niet alleen liefgehad met een menselijke liefde, maar met een toewijding die hem tot de drempel van de hemel heeft gedragen. God beschuldigt jullie niet, en Hij vraagt dat jullie jezelf ook niet beschuldigen. Sommige beproevingen in dit leven zijn als een storm die uit het niets opsteekt; ze horen niet bij jullie verantwoordelijkheid. Jullie waren de trouwe wachters, de liefhebbende ouders die hem de wereld hebben laten zien. Niets daarvan is verloren gegaan.
Luister naar Jezus in het Evangelie. Hij stelt een vraag: 'Waarmee zal ik het koninkrijk Gods vergelijken?' Hij kiest twee beelden: het mosterdzaadje en de gist. Het mosterdzaadje dat uitgroeit tot een boom waar de vogels in nestelen. De gist die de hele massa doorzuurt. Dit is de kern van wat Benjamin voor jullie is. Hij was als dat zaadje, vol potentieel, vol briljante ideeën over zijn 'con chim airlines', vol zorgzaamheid zoals toen hij zijn spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William. Hij hoefde die spaarpot niet te legen; het aanbod zelf was de vrucht van zijn hart. Dat zaadje is niet verdwenen. Het is geplant in de tuin van de eeuwigheid. En de gist van zijn liefde, van zijn glimlach, van de manier waarop hij naar de wereld keek, is nu in jullie leven aanwezig. Het doorzuurt jullie verdriet met de hoop op een hereniging. Het maakt jullie hart groter, opener voor de pijn van anderen, krachtiger in jullie geloof.
Soms, in de dromen die een vader heeft – zoals die droom op 25 juni, waarin Ben, gezond en sterk in zijn groene short, tegen je zei: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết. Con tự thở được bình thường mà… sao con lại bị như vầy?' – horen we de echo van een ziel die zoekt naar antwoorden. En in diezelfde droom was er de troost: 'Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ.' Dat is geen toeval. Dat is de stem van een zoon die jullie nu al ziet vanuit het licht waar geen ziekte meer bestaat, waar geen benauwdheid meer is, waar de ademhaling vrij is en de vreugde eeuwig. Hij kijkt naar jullie, hij kijkt naar Ryan, en hij vraagt jullie om te blijven leven, om de dromen die jullie samen hadden, mee te nemen in de toekomst. Hij is niet weg; hij is de gist in jullie deeg geworden.
Wat is dan de uitnodiging voor vandaag? Het is om niet te proberen het grote mysterie in één keer te begrijpen. Het koninkrijk van God groeit in het verborgene. Het groeit in de kleine daden van liefde die jullie in zijn naam doen – de stille hulp aan de armen, het water dat stroomt in de 'Well of Love' in Vietnam, de zorg voor de mensen die het moeilijk hebben. Dat is de manier waarop Ben blijft leven. Dat is hoe de gist werkt. Elke keer dat jullie iemand anders helpen, elke keer dat jullie elkaar in het gezin met tederheid benaderen, elke keer dat jullie de herinnering aan hem delen zonder dat de schuldvraag de overhand krijgt, groeit het koninkrijk. Jullie zijn niet alleen. Onze Lieve Vrouw, die zelf haar Zoon heeft losgelaten, kent de diepte van jullie hart. Zij staat bij jullie, ze houdt jullie hand vast, ze droogt de tranen die in de stilte vallen.
Ryan, mijn jongen, kijk eens naar de lucht. Als je een vliegtuig ziet, weet dan dat Benjamin met je meekijkt. Hij is trots op je. Hij wil dat jij leeft, dat je leert, dat je de wereld ontdekt met dezelfde nieuwsgierigheid die jullie deelden. Wees niet bang om te lachen om de herinneringen aan zijn grappige kant, zijn 'con chim airlines', zijn giechelen wanneer hij iets geks deed. Die vreugde is heilig. Het is het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft.
Neem vandaag dit mee naar huis: je hoeft het verdriet niet alleen te dragen. Laat de gist van Gods liefde zijn werk doen in de massa van je eigen hart. Het hoeft niet vandaag opgelost te zijn. Het hoeft niet vandaag 'klaar' te zijn. God heeft tijd. Hij is de tuinman die om de boom graaft en mest toevoegt. Hij is degene die de gist in het deeg mengt. Vertrouw op Hem. Vertrouw op de liefde die jullie voor Ben hebben, want die liefde is van God. En in die liefde zijn jullie voor altijd verbonden, tot de dag dat de vlucht eindigt en we elkaar allemaal terugzien in het huis van de Vader. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer jullie zegenen, jullie bewaren en jullie vrede schenken in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.