In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Moge de vrede van onze Heer Jezus Christus, die ons zijn engelen als gidsen geeft, met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, op dit feest van de Heilige Engelbewaarders, als een zachte, geruststellende aanwezigheid door mijn gedachten gaat. Het is een foto van Benjamin, zittend op een bank, met zijn broer Ryan naast hem en hun neefjes erbij. Ze kijken naar beneden vanaf een houten terras, hun gezichten ontspannen, hun blik vol van die onbevangenheid die alleen eigen is aan jonge mensen die nog niet weten van de stormen die het leven kan brengen. Benjamin Vo was een jongen die de wereld met een briljante, analytische geest bekeek; hij was de jongen die droomde van zijn eigen 'con chim airlines', die met een giechel sprak over de logica van de luchtvaart, en die tegelijkertijd een hart bezat dat zo teder was dat het de wereld om hem heen wilde omarmen.
In de eerste lezing van vandaag horen we de stem van God die Job aanspreekt vanuit de storm. Het is een krachtig, bijna overweldigend beeld: 'Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte?' God vraagt Job om naar de grenzen van de oceaan te kijken, naar de diepten van de afgrond, naar de bronnen van het licht. Het is een uitnodiging om te beseffen dat wij, als mensen, slechts een klein deel van een oneindig mysterie zien. Job antwoordt met nederigheid: 'Ik ben van geringe waarde; wat kan ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.' Soms is het stilzwijgen voor God het enige wat overblijft wanneer het leven ons voor raadsels stelt die onze menselijke logica tarten.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er sinds die dertiende juni 2026 fundamenteel anders uitziet. Het is drie maanden geleden. De stilte in huis is soms een zware gast, en de leegte aan de tafel is een realiteit die niet in woorden te vangen is. Soms, in de stille uren van de nacht, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last. U bent de ouders die hem de wereld hebben laten zien, en die liefde is in de eeuwigheid verankerd.
Kijk nu naar het Evangelie. Jezus plaatst een kind in het midden van zijn leerlingen. Hij zegt: 'Wie zich vernedert als dit kind, is de grootste in het koninkrijk der hemelen.' En dan voegt Hij daar de belofte van de engelen aan toe: 'Hun engelen in de hemel kijken altijd naar het gelaat van mijn hemelse Vader.' Dat is de waarheid voor Benjamin. Hij is nu bij de Vader. Hij is niet langer gebonden aan de beperkingen van een lichaam dat hem in de steek liet. Hij is als een vogel die eindelijk de lucht heeft gevonden waarvoor hij gemaakt was. Denkt u eens aan die keer dat hij zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William, die zo zwaar te lijden had. Hij hoefde die spaarpot niet te breken, hij hoefde hem niet te legen; het was het aanbod zelf, de bereidheid van een vijftienjarige om alles wat hij had weg te geven voor iemand van wie hij hield, dat de kern van zijn ziel blootlegde. Dat was geen wiskundige berekening; dat was de taal van het hart, de taal van Christus. Dat is wat God ziet. Hij kijkt niet naar de lengte van de dagen, maar naar de diepte van de liefde die in die dagen is verweven.
De engelen, die wij vandaag vieren, zijn de boodschappers van die onzichtbare zorg. Zij zijn degenen die God ziet wanneer Hij naar ons kijkt. Benjamin is nu in die gemeenschap. Hij is opgenomen in de 'Banquet of Heaven', daar waar geen tranen meer zijn en geen pijn. Hij is de jongen die, net als de heilige Carlo Acutis, zijn korte leven vulde met een passie voor het goede en een diepe nieuwsgierigheid naar de schepping. Hij is niet weg; hij kijkt met ons mee. Hij ziet de liefde die u, Alan en Thao, nog steeds voor hem draagt, en hij ziet de band die Ryan met hem heeft. Die band is sterker dan de dood. Wanneer Ryan in de toekomst naar de lucht kijkt, naar de vliegtuigen die voorbijtrekken, dan is dat Benjamin die hem toewuift. Hij wil dat Ryan leeft, dat hij droomt, dat hij de wereld verkent met dezelfde moed die zij samen deelden.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht, zoals het schone water dat nu in Cà Mau stroomt, een teken dat zijn liefde blijft stromen voor mensen die hij nooit heeft gekend. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons behoeden voor alle kwaad en ons leiden tot het eeuwig leven. Gaat heen in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.