In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Moge de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, bij u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, in de stille, bijna tastbare rust van deze ochtend, als een zacht licht door mijn gedachten gaat. Het is de herinnering aan Benjamin, zittend op een luchthaven, de blik gericht op de startbaan. Hij was daar, vijftien jaar oud, met die scherpe, briljante geest van hem, niet zoekend naar iets abstracts, maar naar het concrete, machtige opstijgen van een Boeing 737. Hij was een jongen die de wereld wilde begrijpen, die met zijn eigen handen code schreef voor zijn gedroomde ‘con chim airlines’, een bedrijfje dat alleen in zijn verbeelding bestond, maar dat voor hem symbool stond voor vrijheid, voor de mogelijkheid om grenzen te overschrijden en de hemel aan te raken. Dat beeld van hem—niet als een jongen die alleen maar droomde, maar als een jongen die actief de wereld wilde verkennen, die wilde bouwen, die wilde vliegen—dat is het beeld dat we vandaag meedragen naar de heilige Schrift. Hij was een jongen die, zelfs in zijn korte leven, al wist dat het leven een reis is, en dat de bestemming altijd de liefde van de Vader is.
In de eerste lezing van vandaag horen we de apostel Paulus schrijven aan de Efeziërs: 'Maar nu, in Christus Jezus, zijn jullie die eens ver weg waren, nabij gekomen door het bloed van Christus.' Paulus herinnert ons eraan dat wij niet uit onszelf bestaan, maar dat wij het handwerk van God zijn. Hij spreekt over de muur van vijandschap die is neergehaald. Alles wat gebroken is, alles wat verstrooid is, alles wat wij in onze menselijke zwakheid niet kunnen helen, wordt in Hem weer heel. Het is een krachtig beeld: de muur die neergehaald wordt. Voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, voelt de dood van Benjamin misschien als een muur die onoverkomelijk is. Het is nu vier maanden geleden dat hij naar het huis van de Vader is gegaan. De stilte in huis is soms een zware gast, en de leegte aan de tafel is een realiteit die niet in woorden te vangen is.
Soms, in de stille uren van de nacht, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die zware steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last. U bent de ouders die hem de wereld hebben laten zien, en die liefde is in de eeuwigheid verankerd.
Kijk nu naar het Evangelie van vandaag. Jezus spreekt tot zijn discipelen en Hij spreekt met een helderheid die door de eeuwen heen resoneert: 'Gordt uw lendenen en houdt uw lampen brandende.' Hij nodigt ons uit om te zijn als dienaren die wachten op de terugkeer van hun heer. 'Zalig de dienaren die de heer bij zijn komst wakend zal vinden.' Het is een oproep tot waakzaamheid, niet in de zin van een angstig wachten, maar in de zin van een hart dat openstaat voor het licht. Jezus zegt dat de heer zelf zal komen, dat Hij zich zal omgorden, hen aan tafel zal laten aanliggen en hen zal bedienen. Dit is het hart van onze hoop: dat God ons niet alleen vraagt om te wachten, maar dat Hij degene is die ons uiteindelijk zal onthalen, die ons zal bedienen aan de tafel van zijn eeuwigheid.
Denk aan Benjamin. Denk aan die prachtige, onbaatzuchtige kant van zijn ziel. Zoals die keer dat hij, nog maar vijftien jaar oud, aan zijn ouders vertelde dat hij zijn hele spaarpot wilde aanbieden om zijn oom William te helpen, die zo zwaar te lijden had onder de gevolgen van twee beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; hij hoefde hem niet te legen, want de hulp was er al en het was niet nodig. Maar het ging om het aanbod zelf. Een jonge jongen, volkomen onzelfzuchtig, die bereid was om alles wat hij had in te leveren voor iemand van wie hij hield. Dat was geen berekende liefde; dat was de liefde van de Geest, pure genade die door een kinderziel stroomde. Dat is de waakzaamheid waar Jezus over spreekt: het is niet de angst voor de toekomst, maar het vermogen om in het nu lief te hebben, om jezelf te geven, om je hart open te stellen voor de noden van de ander.
Soms voelen we ons als diegenen die Jezus waarschuwde, niet omdat we slecht zijn, maar omdat we zo vaak vastzitten in de lasten van het leven, in de regeltjes, in de 'hoe had ik dit kunnen voorkomen'-vragen die ons verlammen. We leggen onszelf lasten op die te zwaar zijn om te dragen. Maar Jezus kijkt naar u, en Hij ziet niet de lasten die u uzelf oplegt. Hij ziet de liefde die u hebt gegeven. Hij ziet de zorg waarmee u Benjamin hebt omringd, de reizen die u met hem hebt gemaakt, de momenten van vreugde die u hebt gedeeld. Hij nodigt u uit om die zware last van schuld neer te leggen bij de voet van zijn kruis. Hij wil u niet zien gebukt onder het gewicht van een verleden dat u niet kunt veranderen. Hij wil dat u ademt in de vrijheid van de Geest.
Ryan, mijn jongen, jouw broer Benjamin is niet weg. De band tussen jullie is zo krachtig dat de dood er geen greep op heeft. Wanneer je in de toekomst naar de vliegtuigen kijkt, naar de vogels die de lucht in schieten, denk dan aan de droom van 'con chim airlines'. Hij vliegt mee, in het licht van God. Hij wil dat jij leeft, dat jij droomt, dat jij de wereld verkent met diezelfde nieuwsgierigheid die jullie samen deelden. Hij is jouw voorspreker bij de Heer. Hij is daar, in de eeuwigheid, waar de lampen altijd branden en waar de meester ons allen opwacht om ons te bedienen aan zijn tafel.
Soms vragen mensen zich af: hoe moeten we verder leven als het gemist zo fel brandt? Het antwoord ligt in de eenvoud van de overgave. God vraagt niet van u dat u het onbegrijpelijke begrijpt; Hij vraagt of u zich wilt laten omarmen door zijn liefde. De liefde die u voor Ben hebt gedragen en nog steeds draagt, is het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft. Maria, onze Lieve Vrouw, stond aan de voet van het kruis. Zij wist wat het betekende om een Zoon af te staan. Zij kent de stilte van een lege kamer, de pijn van een moederhart. Vraag haar om u bij de hand te nemen. Zij brengt uw gebeden rechtstreeks naar het hart van haar Zoon. En weet dat er, in de stilte van uw gebed, een zachte stem is die zegt: 'Wees niet bang, Ik ben bij je.'
Wat mogen we vandaag meenemen als we straks de deuren van deze kerk uitstappen? Laat de schuld los. Laat de angst varen. Vraag om de Geest van liefde, en vertrouw erop dat God geen steen geeft als wij om brood vragen. Benjamin glimlacht naar jullie vanuit het licht, rustend in de vrede van Christus en onder de mantel van Onze Lieve Vrouw. Blijf ademhalen, blijf liefhebben, en weet dat de liefde nooit vergaat. De Heer herinnert zich zijn verbond voor eeuwig, en in dat verbond zijn jullie voor altijd verbonden met Benjamin. Blijf beminnen, blijf hopen, en weet dat de liefde nooit vergaat. De Heer heeft zijn heil bekendgemaakt, en in dat heil zijn wij allen, levenden en doden, voor altijd geborgen. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwige leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.