In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Vandaag omsluiten we in ons gebed al onze dierbaren die zijn voorgegaan, dragend in ons hart de stille hoop dat de dood het laatste woord niet heeft.
Heer ontferm U, Christus ontferm U, Heer ontferm U.
Er zijn van die ochtenden in een huis dat te stil is geworden, waarop je oog valt op iets heel kleins en alledaags. Een kopje dat net iets te lang op het aanrecht staat, een paar schoenen die keurig naast de deur geparkeerd staan, of op een bureau een opengeklapt scherm vol regels code die een jongen in de late uren met eindeloze concentratie heeft getypt. Benjamin Vo was een jongen van vijftien jaar, gezegend met een geest die de complexiteit van computers, cloud-infrastructuren en de luchtvaart met evenveel gemak doorgrondde als dat hij droomde over de vluchten van zijn eigen 'con chim airlines'. Hij glimlachte altijd als hij daarover sprak, met die zachte, vrolijke giechel die zijn ouders en zijn broertje Ryan zo goed kenden. Nu, vier maanden na die dertiende juni 2026, ligt dat scherm stil. De wereld van het dagelijks leven draait door, maar in het hart van Alan, Thao en Ryan heeft de tijd op sommige momenten een tergend stille pauze ingelast.
Wanneer je een kind verliest, verandert de structuur van de lucht die je inademt. Het verdriet is geen theoretisch concept dat je in boeken kunt opzoeken; het is de lege stoel aan de eettafel, het is de echo van een stem in de gang die zegt 'Goede morgen, Ba', het is het gemis dat je op de meest onverwachte momenten overvalt. Soms, in die diepe stilte van de nacht of in de vroege uren waarin de slaap ontbreekt, kan er een stekende, pijnlijke vraag naar boven komen drijven. Je vraagt je af of je iets hebt gemist, of er een teken is geweest dat je over het hoofd hebt gezien, of je als ouder ergens anders had moeten handelen. Het is de menselijke neiging om in het onverklaarbare te zoeken naar een schuld die je kunt dragen, alsof het vinden van een fout de pijn zou rechtvaardigen.
Ik wil vandaag, in de zachtheid van Gods barmhartigheid, die zware steen van schuld voorgoed van jullie schouders tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van de ouders. Jullie hebben Benjamin niet alleen liefgehad met een menselijke, dagelijkse liefde, maar met een totale toewijding die hem tot aan de drempel van de eeuwigheid heeft gedragen. God beschuldigt jullie niet, en Hij vraagt dat jullie jezelf ook niet beschuldigen. Sommige beproevingen in dit leven vallen volkomen buiten elk menselijk bereik; ze komen als een onzichtbare storm uit een heldere hemel, en geen waakzaamheid ter wereld had dat kunnen tegenhouden. Laat die schuld los. Jullie waren de trouwe wachters aan zijn zijde, de liefhebbende ouders die de wereld voor hem openlegden. Niets van die liefde is ooit verloren gegaan. Jullie zijn niet tekortgeschoten.
Kijk eens naar het beeld dat het boek van de Wijsheid ons vandaag aanreikt in de eerste lezing. De schrijver kijkt naar de zielen van de rechtvaardigen en zegt: 'De zielen van de rechtvaardigen zijn in de hand van God, en geen kwelling zal hen raken.' Aan de ogen van de dwazen leken zij te sterven, en hun heengaan werd gezien als een ramp. Maar zij zijn in vrede. Het boek van de Wijsheid gebruikt een prachtig, schitterend beeld: 'Als goud in de smeltoven heeft Hij hen beproefd, en als een brandoffer heeft Hij hen aangenomen.'
Denk daar eens over na. Een smeltoven is niet bedoeld om te vernietigen; het vuur is er om het goud te zuiveren van alle onzuiverheden, totdat het zo helder spiegelt dat de zilversmid zijn eigen gezicht erin kan herkennen. Benjamin was zo’n kostbaar leven. Zijn liefde was puur, onzelfzuchtig en diep. Denk aan dat moment, lang voor we wisten hoe zijn weg zou lopen, toen hij vijftien jaar oud was en tegen zijn ouders zei dat hij zijn hele spaarpot wilde inleveren om zijn oom William te helpen, die zo zwaar was getroffen door beroertes. Hij hoefde die spaarpot niet te breken; de hulp was er al, het was niet nodig, en het potje bleef onaangeroerd op de plank staan. Maar het aanbod zelf – de volstrekte bereidheid van een jongen om alles wat hij bezat weg te geven uit liefde voor iemand anders – dat was de waarheid van zijn ziel. Dat is het goud dat door de oven is gegaan. Hij hield niets achter voor zichzelf.
En dan horen we het Evangelie van Johannes, waarin Jezus tot de menigte spreekt met woorden die dwars door de dood heen de eeuwigheid openbreken: 'Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal ik zeker niet wegwerpen.' Dit is de kern van ons geloof vandaag. Jezus belooft dat Hij niets verliest van wat de Vader Hem heeft toevertrouwd. Benjamin is niet verloren gegaan in de koude leegte van de tijd; hij is opgenomen in de warme, oneindige omarming van de Goede Herder, wiens psalmen we vandaag zingen. 'Al ga ik door een duister dal, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij.'
Soms, wanneer de sluier van de slaap dun wordt, krijgen we daar een klein venster op. Zoals die droom waarin vader en zoon elkaar weer even ontmoeten, waarin Benjamin, gezond en sterk in zijn groene korte broek, even terugkeert en zegt: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết. Con tự thở được bình thường mà… sao con lại bị như vầy?' en waarin de geruststelling volgt: 'Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ.' Die dromen zijn geen toeval en geen verzonnen troost van een vermoeide geest; het zijn aanrakkingen van de overkant. Hij ziet jullie. Hij ziet hoe Alan en Thao elke dag opnieuw de moed verzamelen om door te gaan. Hij ziet jou, Ryan, wanneer je aan je broer denkt en de herinneringen koestert aan de rollercoasters die jullie samen bereden en de vliegtuigen die jullie bewonderden.
Ryan, mijn jongen, weet dat jouw broer trots op je is. Hij wil dat jij leeft, dat je lacht, dat je de wereld ontdekt met dezelfde open blik en dezelfde nieuwsgierigheid die jullie deelden. De liefde tussen broers houdt niet op bij een grafsteen; ze reist met je mee, diep in je hart, als een kompas dat je de weg wijst naar voren.
Wat nemen we vandaag mee wanneer we dadelijk de deuren van deze kerk uitstappen en terugkeren naar ons dagelijks leven? We hoeven het antwoord op al die grote 'waarom'-vragen vandaag niet te hebben. Het mysterie van het leven is groter dan ons kleine menselijke verstand kan omvatten. Maar we nemen wel iets anders mee: de zekerheid dat liefde sterker is dan de dood. Elke keer dat jullie in stilte een hand uitsteken naar iemand die het moeilijk heeft, elke keer dat jullie in Ben's naam een daad van goedheid verrichten – of het nu gaat om het zuivere water dat stroomt uit de 'Well of Love' ver weg in Vietnam, of om een glimlach naar elkaar aan de ontbijttafel – leeft hij voort. Jullie zijn niet alleen. Onze Lieve Vrouw, die zelf onder het kruis heeft gestaan en de bitterste leegte van een moeder heeft gekend, staat dichtbij jullie. Zij houdt jullie hand vast wanneer de tranen vallen. Laat haar moederlijke mantel je omringen. Vertrouw erop dat Benjamin geborgen is in het licht van Christus, waar geen pijn meer is, geen zucht en geen tranen, maar enkel eeuwig leven. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Almachtige God, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, u zegenen en bewaren in Zijn vrede, vandaag en alle dagen tot in de eeuwigheid. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.