In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Moge de genade en de vrede van God onze Vader en de Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, op het feest van de heilige Matteüs, in mijn hart opkomt. Het is niet het beeld van een apostel in gewaden, maar het beeld van een gewone werkdag. Een tolbureau, ergens aan de rand van de stad, waar het stof van de weg zich mengt met de geur van munten en de kille berekening van cijfers. Matteüs zit daar. Hij is de man van de getallen, de man die gewend is om mensen in categorieën in te delen: wie moet betalen, wie is schuldig, wie is 'buiten'. Het is een eenzame plek, ook al zit hij midden in het rumoer van de markt. Hij is de man die zichzelf heeft afgezonderd door zijn keuzes, door zijn positie, door de barrières die hij zelf heeft opgetrokken tussen zichzelf en zijn volk.
En dan, op een doodgewone dag die voor Matteüs begon zoals elke andere, gebeurt het onverwachte. Jezus loopt langs. Hij stopt niet om te oordelen, Hij stopt niet om te onderhandelen. Hij kijkt hem simpelweg aan. En in die blik, in die twee woorden — 'Volg Mij' — wordt het hele leven van Matteüs in één klap opengebroken. Hij staat op. Hij laat de munten, de boeken, de rekeningen achter. Hij verlaat de wereld van de 'cijfers' om de wereld van de 'persoon' binnen te stappen. Het is een sprong in het duister die eindigt in het licht.
Ik denk aan Benjamin. Onze lieve Ben. Hij was ook een jongen van de getallen, een jongen die de logica van de wereld kon ontleden met een precisie die ons verbaasde. Hij kon 8e-klas wiskunde aan toen hij pas in de 4e klas zat. Hij begreep de complexe architecturen van AWS en cloud-infrastructuur alsof het een tweede natuur was. Hij was een jongen die hield van de helderheid van een systeem, van de manier waarop alles in een vliegtuig — van die prachtige Boeing 737’s waar hij zo van hield — in elkaar grijpt. Maar zoals Matteüs meer was dan zijn tolbureau, was Ben oneindig veel meer dan zijn briljante geest. Hij was de jongen die wist dat het mooiste in het leven niet in een spreadsheet past. Hij was de jongen van de 'con chim airlines', de jongen die giechelde bij het idee van zijn eigen luchtvaartmaatschappij, de jongen wiens glimlach de kamer verlichtte.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld soms aanvoelt als een plek waar de cijfers niet meer kloppen. Drie maanden zijn verstreken sinds Ben naar de Heer ging, en toch voelt elke dag als een nieuwe oefening in het dragen van een gewicht dat eigenlijk te zwaar is voor menselijke schouders. U kijkt naar de lege stoel, naar de stilte in de gang, en de vraag die Matteüs misschien ook wel eens in zijn hart voelde — 'Waarom ik?' of 'Waarom nu?' — kan zomaar de kop opsteken. Soms, in de stille uren van de nacht, kan de gedachte aan u knagen: had ik iets anders kunnen doen? Had ik iets kunnen zien? Ik wil vandaag, in de naam van de Heer die Matteüs riep, die steen van uw hart tillen. Ziekte is geen straf. Het is geen falen van uw waakzaamheid. U hebt Ben liefgehad met een toewijding die voorbij het menselijke reikt. U hebt hem de wereld laten zien, u hebt hem omringd met een liefde die hem heeft voorbereid op de ontmoeting met de Vader. U hebt niets gemist. God beschuldigt u niet; Hij omarmt u. Laat die schuld los. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die hun kind tot aan de drempel van de eeuwigheid hebben gedragen.
Kijk naar wat Jezus doet als Hij bij Matteüs aan tafel zit. De Farizeeën, die mensen van de strikte regels, vragen: 'Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?' En Jezus geeft het antwoord dat de kern van ons geloof vormt: 'Niet de gezonden hebben een arts nodig, maar de zieken.' Hij gaat zitten bij de mensen die het nodig hebben. Hij kiest de plek waar het leven rauw is, waar het pijn doet, waar de vragen onbeantwoord blijven. Hij is er, precies daar waar de leegte is. Ben is nu aan die tafel, maar dan de hemelse tafel. Hij is daar waar geen pijn meer is, waar de wiskunde van de hemel niet gaat over wat we hebben verloren, maar over de liefde die we hebben gegeven.
Ryan, mijn jongen, ik weet dat jij je broer mist op manieren die niemand anders kan begrijpen. Denk aan de momenten dat jullie samen op de bank zaten, of aan die reizen waarbij jullie samen de wereld verkenden. Die band is niet verbroken. Die is niet afhankelijk van de fysieke aanwezigheid. Jouw broer is bij je, op een manier die de dood niet kan doven. Hij wil dat jij leeft. Hij wil dat jij jouw eigen dromen najaagt, met dezelfde passie en dezelfde glimlach die hij had. Hij is jouw voorspreker bij de Heer.
Matteüs moest zijn oude leven achterlaten om iets nieuws te beginnen. Soms vraagt God ook van ons om een stukje van ons oude leven — het leven waarin we dachten dat we controle hadden — los te laten. Dat is pijnlijk. Het voelt als een verlies. Maar Jezus roept ons niet naar een leegte; Hij roept ons naar een gemeenschap. Hij roept ons naar de 'eenheid van de Geest', zoals Paulus vandaag in de brief aan de Efeziërs schrijft. 'Eén lichaam en één geest... één Heer, één geloof, één doop.' Wij zijn verbonden in dat ene mysterie. Ben is niet weg; hij is opgenomen in die eenheid. Hij is nu een deel van die grote wolk van getuigen die ons aanmoedigen om door te gaan.
Denk aan de liefde die Ben in de wereld heeft achtergelaten. Die well in Cà Mau, die in zijn naam is geslagen, is meer dan alleen een bron van water. Het is een teken dat Bens leven blijft stromen. Hij was de jongen die zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William — een offer dat niet in geld te meten is, maar in de zuiverheid van zijn hart. Dat is de erfenis van Ben: een liefde die niet berekent, maar die zichzelf uitstort. Als u vandaag naar buiten gaat, neem dan deze gedachte mee: u hoeft niet te begrijpen waarom het leven zo is gelopen. U hoeft alleen maar te blijven beminnen. De Heer vraagt niet om perfectie of om antwoorden op de grote 'waarom'-vragen. Hij vraagt om uw aanwezigheid. Hij vraagt u om aan Zijn tafel te komen zitten, zelfs met uw tranen, zelfs met uw vragen.
Er is een droom die zijn vader had, waarin Ben hem op de drempel geruststelde: 'Ba ơi, test nào con cũng qua hết... Không sao đâu, con sẽ dõi theo ba mẹ.' 'Vader, ik heb de test doorstaan. Maakt u zich geen zorgen, ik zal over jullie waken.' Die woorden zijn de waarheid van de Geest. Ben is thuis. Hij kijkt naar u uit. Hij wacht op u. En in de tussentijd is Hij bij u, in elke herinnering, in elke glimlach van Ryan, in elke gedachte aan de jongen die de wereld wilde begrijpen en die nu de vrede van God begrijpt. Blijf leven. Blijf hopen. Blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, u zijn vrede schenken en u leiden in de hoop van de verrijzenis. Ga in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.