In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Moge de vrede van onze Heer Jezus Christus, die de engelen als dienaren heeft, bij u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, op dit feest van de aartsengelen, als een zachte bries door mijn gedachten gaat. Het is een foto van Ben, zittend op een brede stenen bank in Parijs, met de Eiffeltoren trots achter hem tegen een strakblauwe hemel. Hij kijkt de camera in met die vertrouwde, zachte glimlach, zijn handen rustig op zijn schoot, zijn tasje over zijn schouder. Het is een beeld van onbevangenheid, een moment waarin de wereld groot en uitnodigend was. Benjamin Vo was een jongen die de wereld met een open blik bekeek, niet alleen als een plek om te reizen, maar als een plek om te begrijpen. Hij was de jongen die de logica van de wolkentechnologie doorgrondde, die droomde van zijn eigen 'con chim airlines', en die toch altijd die nederige, empathische kern bewaarde.
Vandaag vieren wij de aartsengelen: Michaël, de strijder voor Gods recht; Gabriël, de brenger van Gods boodschap; en Rafaël, de genezer. Het zijn figuren die ons herinneren aan een werkelijkheid die groter is dan wat wij met onze ogen kunnen waarnemen. In de eerste lezing zien we de profeet Daniël die een visioen krijgt van de 'Oude van Dagen'. Hij spreekt over tronen van vuur en een stroom van licht. Het is een overweldigend beeld van de hemelse hofhouding, waar duizenden en tienduizenden de Heer dienen. Daniël ziet 'één als een mensenzoon' die op de wolken komt en die een eeuwig koningschap ontvangt. Dit is de kern van ons geloof: dat er een orde is, een koninkrijk dat niet vergaat, een plek waar de liefde regeert.
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er sinds die dertiende juni 2026 fundamenteel anders uitziet. Het is drie maanden geleden, een tijd waarin de stilte in huis soms luider spreekt dan elk woord. Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen. Sommige dingen in dit leven komen voort uit een mysterie dat wij niet kunnen bevatten, en geen enkel menselijk handelen had de loop van de tijd kunnen veranderen. U bent absoluut vrij van die last. U bent de ouders die hem de wereld hebben laten zien, van de grotto’s van Lourdes tot de drukke straten van Azië. Die liefde is niet verloren gegaan; ze is in de eeuwigheid verankerd.
Kijk nu naar het Evangelie. Jezus ziet Nathanaël aankomen en zegt: 'Zie, een ware Israëliet, in wie geen bedrog is.' Nathanaël is verbaasd: 'Hoe kent U mij?' En dan komt dat prachtige antwoord: 'Voordat Filippus je riep, zag Ik je onder de vijgenboom.' Jezus zag hem al, nog voordat hij werd geroepen. Hij kende zijn hart, zijn oprechtheid, zijn verlangen. Is dat niet precies hoe God ook naar onze Benjamin keek? Hij zag hem niet alleen in de grote momenten, in de successen op de badmintonbaan of in zijn briljante wiskundige inzicht. Hij zag hem in de verborgenheid van zijn hart. Hij zag hem toen hij, zonder dat het ooit nodig was, zijn hele spaarpot wilde aanbieden voor zijn oom William. Hij hoefde die spaarpot niet te breken, hij hoefde hem niet te legen; het was het aanbod zelf, de bereidheid van een vijftienjarige om alles wat hij had weg te geven voor iemand van wie hij hield, dat de kern van zijn ziel blootlegde. Dat was geen wiskundige berekening; dat was de taal van het hart, de taal van Christus.
Jezus belooft Nathanaël: 'Je zult grotere dingen zien dan dit. Je zult de hemel geopend zien en de engelen van God zien opstijgen en neerdalen op de Mensenzoon.' Dat is de belofte voor ons allemaal. De hemel is geen verre, afgesloten plek. De hemel is geopend. De engelen, die we vandaag vieren, zijn de boodschappers van die verbinding. Ben is nu in die ruimte waar de hemel open is. Hij is niet weg; hij is opgenomen in die stroom van licht die Daniël zag. Hij is bij de Heer, die hem kent zoals Hij Nathanaël kende: bij zijn naam, in zijn waarheid, zonder enig bedrog.
Ryan, mijn jongen, weet dat jouw broer bij je is. Die broederband is niet verbroken door de dood; hij is getransformeerd. Wanneer jij in de toekomst kijkt naar de vliegtuigen die hoog in de lucht voorbijtrekken, wanneer je denkt aan de dromen die jullie samen deelden, weet dan dat hij met je meekijkt. Hij wil dat jij leeft, dat jij bouwt, dat jij droomt met dezelfde moed die hij had. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij je dromen najaagt. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwigheid zelf. Hij is de vogel die hoog vliegt, die 'con chim' die nu in de hemelse lucht zijn vleugels uitslaat.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht. Zijn liefde stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt. Amen.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer u zegenen en bewaren, en moge Hij u vrede schenken in deze tijd van wachten en hopen. Ga in vrede.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.