In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Moge de vrede en de genade van onze Heer Jezus Christus met u allen zijn.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Er is een beeld dat vandaag, op deze gedenkdag van de heilige Pater Pio, in mijn hart opkomt. Het is het beeld van een reistas. Niet zomaar een tas, maar de tas van iemand die op weg gaat met niets anders dan het hoognodige. In het Evangelie van vandaag horen we hoe Jezus de twaalf uitzendt: 'Neem niets mee voor de reis, geen stok, geen reiszak, geen brood, geen geld.' Het is een radicaal bevel. Het vraagt om een volledige overgave van de controle. Het vraagt om het loslaten van de zekerheden die we normaal gesproken in onze zakken bewaren om ons veilig te voelen.
Denk eens aan dat beeld van de reistas. Hoe vaak proberen wij niet ons leven vol te stoppen met 'stokken' en 'zakken'? We willen grip hebben, we willen voorbereid zijn, we willen de zekerheid dat we alles onder controle hebben. Maar Jezus vraagt iets anders. Hij vraagt ons om lichtvoetig te worden, om te vertrouwen op de voorzienigheid van God in plaats van op onze eigen berekeningen. Hij vraagt ons om te geloven dat de weg zelf, hoe onzeker ook, gedragen wordt door Zijn hand.
Benjamin was een jongen die hield van reizen. Hij zag de wereld met een blik die even scherp als nieuwsgierig was. Hij hield van de logica van systemen, van de precisie van wiskunde, en van de grootsheid van vliegtuigen die de aarde met elkaar verbinden. Hij was de jongen die droomde van zijn eigen luchtvaartmaatschappij, 'con chim airlines', en hij giechelde en glimlachte wanneer hij erover sprak. Hij had die prachtige, onderzoekende geest, altijd op zoek naar het volgende avontuur, de volgende bestemming. Maar Ben was ook iemand die wist wat het betekende om 'licht' te reizen in de zin van puurheid van hart. Hij was de jongen die, zonder dat het nodig was of dat hij het daadwerkelijk deed, zijn hele spaarpot aanbood aan zijn oom William toen die ziek was. Hij hoefde die spaarpot niet te breken of te legen; het aanbod zelf, de bereidheid om alles wat hij had weg te geven voor iemand van wie hij hield, dat was de essentie van zijn ziel. Dat was zijn manier om te zeggen: 'Ik vertrouw op de liefde, niet op wat ik bezit.'
Ik weet dat voor u, Alan en Thao, en voor jou, Ryan, de wereld er nu anders uitziet. Het is drie maanden geleden dat Ben naar de Heer ging, en de weg die u nu bewandelt, voelt soms als een reis door een landschap zonder kaart. Er zijn dagen dat de stilte in huis zwaarder weegt dan enig geluid. Soms, in de uren dat de slaap niet komt, kan er een stem in u opkomen die fluistert: heb ik iets gemist? Had ik het anders moeten doen? Ik wil vandaag, in alle tederheid en in Gods heilige naam, die steen van uw hart tillen. Ziekte is nooit een straf en nooit het falen van degenen die met heel hun hart hebben liefgehad. U bent geen falende wachters; u bent de ouders die Ben hebben omringd met een toewijding die hem tot het einde toe heeft gedragen. U hebt niets gemist. God ziet die liefde, en Hij houdt van u met een tederheid die al uw vragen overstijgt. Laat die schuld los. God zendt geen ziekte; Hij vangt degenen op die door de storm van het lijden worden getroffen. U bent niet verantwoordelijk voor de wendingen van het lot die buiten menselijke macht liggen.
Kijk naar wat Jezus zegt in het Evangelie: 'Wat voor huis u ook binnengaat, blijf daar.' Hij nodigt ons uit om rust te vinden in de ontmoeting. Hij nodigt ons uit om te stoppen met rennen, met zoeken naar antwoorden, en om simpelweg te blijven in de aanwezigheid van degenen die we liefhebben. Ben is nu in het huis van de Vader. Hij is niet meer onderweg; hij is aangekomen. Hij is bij de bron van alle liefde. En omdat hij daar is, is hij ook bij u. Hij is in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait, in de glimlach van Ryan, in elk moment dat jullie samen stil zijn.
Ryan, mijn jongen, denk aan de momenten dat jij en Ben samen op de bank zaten, of aan die reizen waarin jullie samen de wereld verkenden. Die broederband is niet verbroken; die is sterker dan de dood. Jouw broer loopt met je mee. Hij wil dat jij leeft, dat je bouwt, dat je droomt met dezelfde moed die hij had. Hij kijkt naar je met een trotse glimlach vanuit het licht van God. Hij is de jongen die nu in het licht van God staat en die wil dat jij je dromen najaagt. De band tussen broers sterft niet; die wordt alleen maar groter, omdat hij nu gedragen wordt door de eeuwigheid zelf.
Soms vragen mensen zich af: hoe kan een jong leven dat zo abrupt eindigt, vrucht dragen? Hoe kan een zaadje dat zo vroeg in de aarde valt, een oogst van honderdvoud opleveren? Het antwoord ligt in de liefde die Ben heeft achtergelaten. Het ligt in de herinnering die als een zachte bries door jullie huis waait. Het ligt in de daden van barmhartigheid die in zijn naam worden verricht. Bens naam betekent Đại Dương, 'Grote Oceaan'. Zijn liefde was niet beperkt tot zijn eigen leven; ze stroomt verder, als helder water dat dorst lest, als een teken van hoop voor mensen die het moeilijk hebben. Dat is wat wij mogen doen: we hoeven niet alles te begrijpen, we hoeven niet alle antwoorden te hebben. We hoeven alleen maar te blijven beminnen. We hoeven alleen maar door te gaan met het delen van die liefde die Ben ons heeft voorgeleefd.
Wat kunt u vandaag meenemen als u hier naar buiten gaat? Misschien is het deze gedachte: laat de schuldvraag los. Laat de behoefte om de 'waarom'-vraag beantwoord te krijgen varen. God vraagt niet van u dat u begrijpt waarom het leven zo loopt; Hij vraagt van u dat u Hem vertrouwt, zelfs als de weg onduidelijk is. Wanneer u vandaag naar de lucht kijkt, of naar een vliegtuig dat hoog boven u voorbijtrekt, denk dan aan Ben. Denk niet aan het einde, maar aan de vlucht. Hij is nu in de ruimte waar geen wolk meer is, waar geen pijn meer is, waar alleen maar de volmaakte liefde van God heerst. U bent niet alleen. De hele Kerk bidt met u mee. En Ben, onze lieve Benjamin, hij kijkt naar u uit met die stralende glimlach, en hij wacht op u. Hij is thuis. En in dat thuis is er plaats voor u allemaal. Blijf leven, blijf hopen, en blijf beminnen. Want dat is het enige dat blijft. Dat is het enige dat telt.
For the intentions entrusted to Ben on our prayer wall:
At the Savior’s command and formed by divine teaching, we dare to say:
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Moge de Heer ons zegenen, ons bewaren voor alle kwaad en ons leiden naar het eeuwig leven. Amen.
✝ Zegen u almachtige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.